ECLI:NL:RBNHO:2025:12004

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/353125 / FA RK 24-2780
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging van gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen na gewijzigde omstandigheden en gebrekkige communicatie tussen ouders

Op 20 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, een beschikking gegeven in een zaak betreffende de beëindiging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. T.M. Melissen, verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag over de kinderen uit te oefenen. De vader, die zonder vaste woon- of verblijfplaats is en momenteel in het buitenland verblijft, heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder.

De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek. De ouders hebben een gebrekkige communicatie en de vader is moeilijk bereikbaar, wat het gezamenlijk gezag bemoeilijkt. De moeder heeft altijd de beslissingen over de kinderen genomen en heeft geprobeerd om contact tussen de kinderen en de vader te faciliteren, maar de vader heeft regelmatig de zorgregeling niet nageleefd en niet gereageerd op verzoeken van de moeder.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat de moeder alleen het gezag over hen uitoefent. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en beëindigt het gezamenlijk gezag met ingang van de uitspraak. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De vader kan, indien hij dat wenst, binnen drie maanden na de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
beëindiging gezamenlijk gezag
zaaknummer: C/15/353125 / FA RK 24-2780
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 oktober 2025
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. T.M. Melissen, kantoorhoudende te Noord-Scharwoude,
tegen
[de vader],
zonder vaste woon- of verblijfplaats, momenteel verblijvende te [land] , [1]
hierna: de vader.
betreffende
de minderjarige [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
de minderjarige [de minderjarige 2] ( [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
hierna gezamenlijk: de kinderen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 3 juni 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 19 juni 2025.
1.2
De vader heeft bij de rechtbank binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.
1.3
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2025. Ter zitting waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
De vader was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig ter zitting.
1.4
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek met de rechtbank op 29 september 2025. Van dit gesprek is ter zitting kort en zakelijk verslag gedaan.

2.De feiten

2.1
De ouders hebben een affectieve relatie gehad.
2.2
Deze zaak heeft betrekking op het volgende minderjarige kinderen van de ouders:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3
Bij beschikking van 25 maart 2020 heeft deze rechtbank bepaald dat de ouders het gezag over de kinderen gezamenlijk zullen uitoefenen. Sindsdien oefenen de ouders het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
2.4
De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
2.5
Bij beschikking van 25 maart 2020 heeft deze rechtbank een zorgregeling vastgesteld tussen de kinderen en de vader inhoudende dat:
- De kinderen verblijven eenmaal per twee weken van vrijdagavond 18.30 uur tot en met zondagavond 18.30 uur bij de vader;
- De kinderen verblijven om de week op woensdagmiddag (in de week dat zij niet in het weekend bij de vader verblijven) vanuit school tot 19.00 uur bij de vader;
- De kinderen verblijven tijdens de zomervakantie gelijkelijk bij de ouders gedurende drie weken bij iedere ouder, waarbij in de jaren 2020, 2021 en 2022 dat maximaal twee aaneengesloten weken betreffen;
- De kinderen verblijven tijdens de kerstvakantie gelijkelijk bij de ouders;
- De vader haalt en brengt de kinderen.

3.Het verzoek

3.1
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat zij het gezag over de kinderen alleen uitoefent.
3.2
Als onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat het in het belang van de kinderen is dat zij het gezag over hen alleen zal uitoefenen. Tijdens de relatie van de ouders heeft de moeder altijd de beslissingen over de kinderen genomen. Sinds de ouders het gezag samen uitoefenen is dit niet veranderd. De moeder is degene die altijd met de kinderen meegaat naar belangrijke afspraken, zoals de tandarts, doktersbezoeken, therapie van [de minderjarige 1] en hulpverlening. Na de beëindiging van de relatie tussen de ouders heeft de moeder alles in het werk gesteld om contact te laten plaatsvinden tussen de kinderen en de vader. Op de momenten dat de vader in het ziekenhuis lag heeft zij ervoor gezorgd dat de kinderen hem daar konden bezoeken en dat er belafspraken hebben plaatsgevonden. De vader heeft er echter steeds vaker voor gekozen om de zorgregeling niet na te leven. De vader zegt de reguliere zorgregeling vaak af en de kinderen verblijven ook niet de helft van de vakanties bij de vader. Ook heeft de vader niet gereageerd op het verzoek van de moeder om samen met de kinderen op vakantie te gaan naar Spanje. Ook op het verzoek van de moeder om toestemming te geven voor een hulpverleningstraject voor [de minderjarige 1] is geen reactie gekomen van de vader. De moeder heeft hierdoor de rechtbank om vervangende toestemming moeten verzoeken. Op dit moment is er geen communicatie meer tussen de ouders omdat de vader niet met de moeder wenst te communiceren. Hierdoor vreest de moeder dat bepaalde zaken niet geregeld kunnen worden voor de kinderen, zoals de schoolkeuze voor de kinderen en volgende vakanties met de kinderen. Zij zal dan steeds vervangende toestemming moeten verzoeken aan de rechtbank.
3.3
De vader heeft geen verweer gevoerd.

4.De beoordeling

Het wettelijk kader
4.1
Uit artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond van waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De beoordeling door de rechtbank
4.2
Tussen de ouders is niet in geschil dat sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n BW.
4.3
De rechtbank dient te beoordelen of het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd, zoals verzocht door de moeder. De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de moeder alleen het gezag over hen uitoefent. Hiervoor heeft de rechtbank de volgende redenen.
4.4
De rechtbank stelt voorop dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is van de wetgever. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening waarbij zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hun kind kunnen voordoen. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat al jaren sprake is van een gebrekkige communicatie tussen de ouders. De vader woont op dit moment in het buitenland ( [land] ). De rechtbank constateert dat het de moeder, vanwege de afwezige rol van de vader, niet lukt om de vader te bereiken op de momenten dat de moeder in overleg wil treden over gezagsbeslissingen die moeten worden genomen. De onbereikbaarheid van de vader heeft ertoe geleid dat de ouders de afgelopen jaren onvoldoende in staat zijn geweest om in gezamenlijk overleg te treden om gezagsbeslissingen te nemen over de kinderen. Zo heeft de vader geen toestemming verleend voor een vakantie van de moeder met de kinderen naar het buitenland. Ook heeft de moeder een verzoek tot vervangende toestemming moeten indienen bij de rechtbank omdat de vader geen toestemming heeft verleend voor de aanmelding van [de minderjarige 1] bij een hulpverleningstraject. Daarbij komt dat sprake is van een zeer beperkte zorgregeling tussen de vader en de kinderen, die bovendien niet altijd wordt nageleefd door de vader. Hierdoor beschikt de vader op dit moment niet tot nauwelijks over informatie over de kinderen. Dit gebrek aan informatie brengt met zich mee dat de vader onvoldoende zicht heeft op hetgeen de kinderen nodig hebben. Hierdoor bestaat de verwachting dat de vader onvoldoende in staat zal zijn om gedegen gezagsbeslissingen over de kinderen te kunnen nemen.
4.5
De rechtbank leidt hieruit de verwachting af dat gezamenlijk gezag ertoe zal leiden dat keer op keer geen (tijdige) gezagsbeslissingen kunnen worden genomen. Het zal voor de ouders moeizaam of zelfs onmogelijk zijn om invulling te geven aan het gezamenlijk gezag. Gelet op het gebrek aan informatie over de kinderen aan de zijde van de vader, is de rechtbank van oordeel dat voortduring van het gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is. De moeder moet als hoofdopvoeder van de kinderen in staat zijn om zonder vertraging gezagsbeslissingen te kunnen nemen. Hierdoor kan voor de kinderen de voor hen nodige rust ontstaan. Het is dan ook in het belang van de kinderen dat de moeder het gezag over hen alleen uitoefent. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder dan ook toe.
4.6
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
beëindigt met ingang van heden het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
en bepaalt dat de moeder voortaan het gezag over de kinderen alleen uitoefent;
5.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Voetnoten

1.Uit het GBA blijkt dat sprake is van een Registratie Niet Ingezetenen. De vader zou in [land] verblijven sinds 25 juni 2025.