ECLI:NL:RBNHO:2025:11998

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/348019 / FA RK 24-149
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige door de rechtbank Noord-Holland

Op 20 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van gezamenlijk gezag over een minderjarige. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. H. van Lingen, verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag over de minderjarige uit te oefenen. De vader, die in 2019 naar het buitenland was verhuisd, had de afgelopen jaren nauwelijks contact met de minderjarige en had geen verweerschrift ingediend. Tijdens de zitting op 30 september 2025 was de vader niet aanwezig, terwijl de moeder en een tolk wel aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders in het verleden gezamenlijk gezag uitoefenden, maar dat de vader door zijn afwezigheid niet in staat was om adequaat bij te dragen aan gezagsbeslissingen. De rechtbank concludeerde dat het gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige was, gezien de onbereikbaarheid van de vader en het gebrek aan informatie over de minderjarige aan zijn zijde. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de moeder toegewezen en het gezamenlijk gezag beëindigd, zodat de moeder alleen het gezag over de minderjarige kan uitoefenen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
beëindiging gezamenlijk gezag
zaaknummer: C/15/348019 / FA RK 24-149
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 oktober 2025
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. H. van Lingen, kantoorhoudende te Alkmaar,
tegen
[de vader],
wonende te [plaats] ( [land] ),
hierna: de vader.
betreffende
de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ).

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 10 januari 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 6 februari 2024, ingekomen op 8 februari 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 20 maart 2024, ingekomen op 22 maart 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 21 mei 2024, ingekomen op 22 mei 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 2 juli 2024;
- het bericht van de zijde van de moeder van 4 september 2025.
1.2
De vader heeft bij de rechtbank binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.
1.3
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2025. Ter zitting was aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en [tolk] , tolk in de Russische taal.
De vader was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig ter zitting.
1.4
[de minderjarige] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek met de rechtbank op 29 september 2025. Van dit gesprek is ter zitting kort en zakelijk verslag gedaan.

2.De feiten

2.1
De ouders zijn getrouwd geweest. Bij beschikking van 28 april 2020 heeft de rechtbank Oekraïne de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Deze beschikking is op [datum] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.2
Deze zaak heeft betrekking op het volgende minderjarige kind van de ouders: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ).
2.3
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige] .
2.4
[de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat zij het gezag over de kinderen alleen uitoefent.
3.2
Als onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die maken dat zij het gezag over [de minderjarige] alleen moet uitoefenen. De vader is in 2019 naar [land] verhuisd en heeft [de minderjarige] de afgelopen jaren niet tot nauwelijks gezien. Volgens de moeder hebben de vader en [de minderjarige] elkaar alleen in februari 2023 gezien. Daarnaast maakt de vader het voor de moeder lastig om bepaalde zaken te regelen voor [de minderjarige] . Zo geeft de vader geen toestemming voor een reis met [de minderjarige] naar het buitenland. Ook is het voor de moeder bijna onmogelijk om contact te krijgen met de vader. Vanwege het feit dat de vader ver weg van [de minderjarige] is gaan wonen, geen rol van betekenis kan spelen en wil spelen in zijn opvoeding en niet tijdig reageert op de moeder ten aanzien van beslissingen over [de minderjarige] maakt dat het risico bestaat dat [de minderjarige] bij gezamenlijk gezag klem of verloren zal raken tussen de ouders. Ook is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering in zal komen. De vader zal immers in [land] blijven wonen en is niet van plan om meer aanwezig te zijn in het leven van [de minderjarige] . De moeder acht het dan ook van belang dat zij het gezag over [de minderjarige] alleen gaat uitoefenen. Hierdoor zal de juridische situatie ook in lijn worden gebracht met de feitelijke situatie.
3.3
De vader heeft geen verweer gevoerd. Wel heeft de vader in zijn brief van 22 juni 2023 aangegeven dat hij geen rol zal spelen in het leven van [de minderjarige] omdat hij in het buitenland woont. De vader geeft aan dat het wenselijk is dat de moeder het gezag over [de minderjarige] alleen zal uitoefenen omdat zij degene is die [de minderjarige] iedere dag ziet. Hij vertrouwt de moeder en gaat ervanuit dat zij alles zal doen om [de minderjarige] een beter leven te geven.

4.De beoordeling

4.1
De rechtbank dient te beoordelen of het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd, zoals verzocht door de moeder.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.2
Uit de stukken kan worden afgeleid dat de moeder en [de minderjarige] de Oekraïense nationaliteit bezitten. Voordat de rechtbank zich kan buigen over het verzoek van de moeder, moet worden beoordeeld – vanwege het internationale karakter van de zaak – of de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. Deze beoordeling dient ambtshalve plaats te vinden. Het verzoek van de moeder ziet op de beëindiging van het gezamenlijke gezag. Dit betreft een geschil inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid en valt als zodanig binnen het materiële toepassingsgebied van de Verordening Brussel II ter. Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift had [de minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter ten aanzien van het verzoek rechtsmacht toekomt (artikel 7, eerste lid, Verordening Brussel II ter). De Nederlandse rechter zal Nederlands recht toepassen (artikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).
Het wettelijk kader
4.3
Uit artikel 1:251a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter het gezag van een ouder kan beëindigen wanneer:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
De beoordeling door de rechtbank
4.4
De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de moeder alleen het gezag over hem uitoefent. Hiervoor heeft de rechtbank de volgende redenen.
4.5
De rechtbank stelt voorop dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is van de wetgever. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening waarbij zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hun kind kunnen voordoen. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de vader sinds 2019 in [land] woont. Uit de brief van de zijde van de vader van 22 juni 2023 blijkt dat de vader aangeeft dat hij geen rol meer zal spelen in het leven van [de minderjarige] omdat hij in het buitenland woont. Volgens de vader is het wenselijk dat de moeder het gezag over [de minderjarige] alleen zal uitoefenen omdat zij degene is die [de minderjarige] iedere dag ziet. De rechtbank constateert dat het de moeder, vanwege de afwezige rol van de vader, niet lukt om de vader te bereiken op de momenten dat de moeder in overleg wil treden over gezagsbeslissingen die moeten worden genomen. De onbereikbaarheid van de vader heeft ertoe geleid dat de ouders de afgelopen jaren onvoldoende in staat zijn geweest om in gezamenlijk overleg te treden om gezagsbeslissingen te nemen over [de minderjarige] . Zo heeft de vader geen toestemming verleend voor een vakantie van de moeder met [de minderjarige] naar het buitenland. Daarbij komt dat [de minderjarige] sinds een aantal jaren al geen contact meer heeft met de vader. Hierdoor beschikt de vader op dit moment niet tot nauwelijks over informatie over [de minderjarige] . Dit gebrek aan informatie brengt met zich mee dat de vader onvoldoende zicht heeft op hetgeen [de minderjarige] nodig heeft. Hierdoor bestaat de verwachting dat de vader onvoldoende in staat zal zijn om gedegen gezagsbeslissingen over [de minderjarige] te kunnen nemen.
4.6
De rechtbank leidt hieruit de verwachting af dat gezamenlijk gezag ertoe zal leiden dat keer op keer geen (tijdige) gezagsbeslissingen kunnen worden genomen. Het zal voor de ouders moeizaam of zelfs onmogelijk zijn om invulling te geven aan het gezamenlijk gezag. Gelet op het gebrek aan informatie over [de minderjarige] aan de zijde van de vader, is de rechtbank van oordeel dat voortduring van het gezamenlijk gezag niet in het belang van [de minderjarige] is. De moeder moet als hoofdopvoeder van [de minderjarige] in staat zijn om zonder vertraging gezagsbeslissingen te kunnen nemen. Hierdoor kan voor [de minderjarige] de voor hem nodige rust ontstaan. Het is dan ook in het belang van [de minderjarige] dat de moeder het gezag over hem alleen uitoefent. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder dan ook toe.
4.7
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
beëindigt met ingang van heden het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ), en bepaalt dat de moeder voortaan het gezag over [de minderjarige] alleen uitoefent;
5.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.