ECLI:NL:RBNHO:2025:11823

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
15 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/369968 / HA ZA 25-629
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • E.B. van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Waardeloosverklaring hypotheek op onroerende zaken na ontbinding van de Begrafenis Sociëteit

In deze zaak vordert de Stichting Wooncompagnie dat de rechtbank de hypothecaire inschrijving ten behoeve van de ontbonden Begrafenis Sociëteit op bepaalde onroerende zaken waardeloos verklaart. De Begrafenis Sociëteit is per 1 juli 2008 opgeheven wegens gebrek aan baten, en Wooncompagnie stelt dat er geen openstaande vorderingen zijn. De rechtbank oordeelt dat Wooncompagnie niet-ontvankelijk is in haar vordering tegen de Begrafenis Sociëteit, omdat deze rechtspersoon niet meer bestaat. Echter, Wooncompagnie wordt wel als onmiddellijk belanghebbende aangemerkt en kan daarom verzoeken om de hypothecaire inschrijving waardeloos te verklaren. De rechtbank concludeert dat het hypotheekrecht van de Begrafenis Sociëteit teniet is gegaan, en verklaart de inschrijving waardeloos. De vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen, omdat het vonnis pas in kracht van gewijsde gaat na afloop van de hoger beroepstermijn. Wooncompagnie wordt in het gelijk gesteld, maar er wordt geen kostenveroordeling uitgesproken omdat de Begrafenis Sociëteit niet meer bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/369968 / HA ZA 25-629
Vonnis van 29 oktober 2025
in de zaak van
STICHTING WOONCOMPAGNIE,
gevestigd en kantoorhoudende te Hoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Wooncompagnie,
advocaat: mr. H.D.S. Lasonder,
tegen
de ontbonden onderlinge waarborgmaatschappij
WEDERKERIGE VERZERINGSMAATSCHAPPIJ ''BEGRAFENIS SOCIËTEIT'' W.A.,
laatstelijk gevestigd te Volendam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Begrafenis Sociëteit,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 12.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wooncompagnie is eigenaar van een onroerende zaak, voorheen kadastraal bekend als Edam A 4090, nu overgegaan in de kadastrale nummers Edam A 5299, plaatselijk bekend als Cor Jongerthof 1 te 1135 TC Edam en Edam A 5300 (hierna gezamenlijk: de onroerende zaken).
2.2.
Op 4 december 1962 is ten behoeve van Begrafenis Sociëteit een hypotheekrecht voor een bedrag in hoofdsom van fl. 10.000,00 ingeschreven op de onroerende zaak met nummer A 4090. Dit hypotheekrecht staat nog altijd ingeschreven en rust nu op de onroerende zaken.
2.3.
Uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat Begrafenis Sociëteit per 1 juli 2008 is opgehouden te bestaan, omdat er geen bekende baten meer aanwezig zijn. De onderneming is op genoemde datum opgeheven.
2.4.
Wooncompagnie is niet bekend met het bestaan van enige schuld aan de Begrafenis Sociëteit.
2.5.
Door Wooncompagnie is navraag gedaan bij de bewaarder van de boeken en bescheiden van de Begrafenis Sociëteit. Uit de beperkte stukken die nog beschikbaar zijn blijkt niet van een vordering op Wooncompagnie. De administratie zou zijn ondergebracht bij het Waterlands Archief te Purmerend.
2.6.
De advocaat van Wooncompagnie heeft een bezoek gebracht aan het Waterlands Archief en de ondergebrachte boeken en bescheiden van Begrafenis Sociëteit geraadpleegd. De meest recente aangetroffen jaarrekening was de jaarrekening over 2004. Daarin wordt geen vordering vermeld op Wooncompagnie.
2.7.
Tenslotte is nog navraag gedaan bij de accountant die de accountantsverklaring bij de betreffende jaarrekening 2004 had opgesteld. Deze heeft laten weten dat door het verstrijken van de termijn voor de bewaarplicht de gegevens zijn geschoond en hij Wooncompagnie niet kan helpen aan de gevraagde gegevens.

3.Het geschil

3.1.
Wooncompagnie vordert dat de rechtbank de hypothecaire inschrijving ten behoeve van de Begrafenis Sociëteit op de onroerende zaken waardeloos verklaart en Wooncompagnie te machtigen om de betreffende hypothecaire inschrijving te doen doorhalen op vertoon van en uit kracht van dit vonnis.
3.2.
Wooncompagnie stelt dat de Begrafenis Sociëteit verplicht is om op verzoek van Wooncompagnie een vervallenverklaring van het hypotheekrecht af te geven, maar dat zij daartoe niet meer in staat is omdat zij is ontbonden en is opgehouden te bestaan.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 3:274 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat wanneer een hypotheek is tenietgegaan, de schuldeiser verplicht is om aan de rechthebbende op het bezwaarde goed bij authentieke akte een verklaring af te geven, dat de hypotheek is vervallen. In lid 3 van dit artikel is bepaald dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven artikel 3:29 BW van overeenkomstige toepassing is. Artikel 3:29 lid 1 BW bepaalt dat wanneer de vereiste verklaring niet wordt afgegeven de rechtbank de inschrijving waardeloos verklaart op vordering van de onmiddellijk belanghebbende.
4.2.
De Begrafenis Sociëteit is op 1 juli 2008 geliquideerd bij gebrek aan baten. Er waren op dat moment geen baten zo blijkt uit de stakingsbalans en de registratie bij de Kamer van Koophandel. Op grond van het bepaalde in artikel 2:19 lid 4 BW houdt de vennootschap daarmee ook meteen op te bestaan. Wooncompagnie heeft dus een vennootschap gedagvaard die niet meer bestaat. Een rechtspersoon die niet meer bestaat, kan geen partij meer zijn in een procedure. Wooncompagnie moet daarom, voor zover haar vordering is gericht tegen de Begrafenis Sociëteit, niet-ontvankelijk worden verklaard.
4.3.
Wooncompagnie is wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbende in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW en uit dien hoofde heeft zij een zelfstandig belang om de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos te (laten) verklaren in een geval waarin degene die de verklaring had behoren af te geven dat niet heeft gedaan. De reden voor het niet afgeven van die verklaring is hiervoor niet relevant. Dus ook in deze situatie, waarin de reden is gelegen in de feitelijke onmogelijkheid van de Begrafenis Sociëteit om de vereiste verklaring af te geven, kan Wooncompagnie om die verklaring vragen. In zoverre kan zij wel in haar vordering worden ontvangen.
4.4.
Om aan te tonen dat de hypothecaire lening die de Begrafenis Sociëteit had verstrekt in 2004 al was afbetaald heeft Wooncompagnie de jaarrekening en jaarverslag 2004 van de Begrafenis Sociëteit, alsmede een brief van de bewaarder van de boeken en bescheiden van de Begrafenis Sociëteit, de heer C.J. Conijn, en een e-mail van Accountantskantoor De Boer van 19 augustus 2025 overgelegd.
4.5.
In de overgelegde jaarrekening over 2004 is geen vordering opgenomen op Wooncompagnie. Van een openstaande vordering op het moment dat de vennootschap werd ontbonden per 1 juli 2008 is daarom niet gebleken. Hiermee en met de hiervoor al genoemde registratie bij de Kamer van Koophandel is voldoende komen vast te staan dat het hypotheekrecht van de Begrafenis Sociëteit teniet is gegaan en dat de inschrijving daarvan dus waardeloos is. Overigens snijdt de – subsidiaire – stelling van eiseres dat de hypotheek in ieder geval door verjaring is teniet gegaan ook hout.
De rechtbank zal de inschrijving dan ook waardeloos verklaren.
4.6.
Wooncompagnie vordert het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op grond van artikel 3:29 lid 4 BW kan de verklaring van waardeloosheid die dit vonnis bevat niet eerder worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat pas in kracht van gewijsde als er geen rechtsmiddel meer open staat. De hoger beroepstermijn voor dit vonnis bedraagt vier weken. Om die reden wordt de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad afgewezen.
De proceskosten
4.7.
Wooncompagnie wordt weliswaar in het gelijk gesteld, maar een niet bestaande entiteit kan uiteraard niet in haar proceskosten worden veroordeeld. Van een kostenveroordeling zal dan ook worden afgezien. Eiseres draagt dus haar eigen proceskosten.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart Wooncompagnie niet-ontvankelijk in haar vordering gericht tegen Begrafenis Sociëteit,
5.2.
verklaart de hypothecaire inschrijving die ten behoeve van de Begrafenis Sociëteit op de onroerende zaak aanvankelijk bekend onder de kadastrale aanduiding Edam A 4090, thans onroerende zaken bekend onder de kadastrale aanduiding Edam A 5299, plaatselijk bekend als Cor Jongerthof 1 te 1135 TC Edam en Edam A 5300, is gevestigd, waardeloos in de zin van artikel 3:29 BW,
5.3.
bepaalt dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte voor elke rechtshandeling die nodig is om tot doorhaling van de hypothecaire inschrijving als bedoeld onder 5.2 te komen,
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
1155