In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling tussen de ouders van een minderjarige. De vader, vertegenwoordigd door mr. L. van Halderen, heeft verzocht om een omgangsregeling waarbij de minderjarige om de week van vrijdag uit school tot maandagochtend bij hem verblijft, en elke woensdag vanaf 16.00 uur tot donderdagochtend. De moeder, vertegenwoordigd door mr. S.A. Merhottein, heeft verweer gevoerd en een alternatieve regeling voorgesteld. De ouders hebben een verleden van een affectieve relatie en hebben een minderjarige dochter, die bij de moeder woont. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders in staat zijn om gezamenlijk belangrijke beslissingen over hun dochter te nemen, ondanks hun onderlinge communicatieproblemen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft ook geadviseerd dat er geen belemmeringen zijn voor gezamenlijk gezag. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten dat de ouders gezamenlijk met het gezag over de minderjarige worden belast en heeft de omgangsregeling zoals door partijen voorgesteld vastgesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.