ECLI:NL:RBNHO:2025:11770

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/347748 / FA RK 23-6312
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige door de rechtbank

Op 13 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het gezamenlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige]. De moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. D.E.M. Boukens, heeft verzocht om het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen het gezag over [de minderjarige] uit te oefenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de moeder. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder het gebrek aan communicatie tussen de ouders en het feit dat de vader al jaren geen contact heeft met [de minderjarige]. De rechtbank heeft geoordeeld dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de moeder alleen het gezag uitoefent, gezien de verstoorde verstandhouding tussen de ouders en het stalkingsgedrag van de vader. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder toegewezen en het gezamenlijk gezag beëindigd, met de bepaling dat de moeder voortaan alleen het gezag over [de minderjarige] uitoefent. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
beëindiging gezamenlijk gezag
zaaknummer: C/15/347748 / FA RK 23-6312
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 13 oktober 2025
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. D.E.M. Boukens, kantoorhoudende te Hoorn,
tegen
[de vader],
wonende te [plaats] ,
hierna: de vader.
betreffende
de minderjarige [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de moeder, ingekomen op 22 december 2023;
- het bericht van de zijde van de moeder van 8 juli 2025.
1.2
De vader heeft bij de rechtbank binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.
1.3
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 september 2025. Ter zitting waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader.
Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
1.4
[de minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek met de rechtbank op 16 september 2025. Van dit gesprek is ter zitting kort en zakelijk verslag gedaan.

2.De feiten

2.1
De ouders hebben een affectieve relatie gehad.
2.2
Deze zaak heeft betrekking op het volgende minderjarige kind van de ouders: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige] .
2.4
[de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
2.5
Bij beschikking van 15 december 2010 heeft de rechtbank een zorgregeling vastgesteld tussen de vader en [de minderjarige] , inhoudende dat:
- de vader [de minderjarige] op woensdag van 16.00 tot 19.00 uur komt bezoeken bij de moeder;
- de vader [de minderjarige] op zondag om 16.00 uur ophaalt bij de moeder en haar meeneemt naar het huis van de grootouders (vaderszijde) en om 19.00 uur weer terugbrengt bij de moeder.
2.6
Sinds mei 2020 heeft [de minderjarige] geen contact meer gehad met de vader.
2.7
Bij beschikking van 1 juli 2020 is de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] gewijzigd, inhoudende dat de vader en [de minderjarige] eenmaal per twee weken contact hebben, om te beginnen begeleid door een door de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (hierna: de GI) aan te wijzen professionele organisatie, waarbij binnen een periode van zes maanden wordt toegewerkt naar één weekend per twee weken vanaf vrijdag na dansles tot zondag 17.00 uur. Ook heeft de rechtbank bepaald dat het aan de GI is om de opbouw van het contact af te stemmen op de reactie van [de minderjarige] en te bepalen welke duur het contact zal hebben en of dit contact al dan niet begeleid moet worden.
2.8
Bij beschikking van 14 juni 2022 heeft de rechtbank de zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader beëindigd.

3.Het verzoek

3.1
De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag van de ouders over [de minderjarige] te beëindigen en te bepalen dat zij het gezag over [de minderjarige] alleen uitoefent.
3.2
Als onderbouwing van haar verzoek stelt de moeder dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag. Hiertoe voert zij aan dat de ouders allereerst niet in staat zijn met elkaar te communiceren. Er is op dit moment zelfs helemaal geen sprake van communicatie. Ook tijdens de ondertoezichtstelling liep het contact tussen de ouders via de grootouders. Bovendien heeft de vader geen contact met [de minderjarige] . Dit maakt dat hij niet in staat is om beslissingen te nemen in haar belang. Naast het gebrek aan communicatie, stelt de moeder dat de vader stalkingsgedrag laat zien richting de moeder en [de minderjarige] . De vader heeft alle scholen in de omgeving gebeld om erachter te komen op welke school [de minderjarige] zit. De vader zou tegen de school hebben gezegd dat hij op school zou komen posten. Nadat de school de moeder hierover heeft geïnformeerd is [de minderjarige] thuisgebleven omdat zij bang was dat haar vader op school zou verschijnen. Ook heeft de moeder zich genoodzaakt gezien een ander telefoonnummer te regelen voor [de minderjarige] omdat de vader zijn dochter veelvuldig appt en belt. De vader lijkt het idee te hebben dat hij zijn dochter onbeperkt mag benaderen. [de minderjarige] wil echter geen contact met haar vader. De moeder heeft meerdere meldingen gedaan bij de politie. In 2019 heeft een stopgesprek plaatsgevonden, maar dit heeft er niet toe geleid dat de vader de moeder met rust laat. Onlangs heeft de moeder aangifte gedaan van stalking. Tot slot stelt de moeder dat de vader een aantal weken heeft geweigerd toestemming te verlenen voor een vakantie van de moeder met [de minderjarige] . Uiteindelijk heeft de vader zijn toestemming verleend, maar dit heeft lang geduurd. Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder hieraan toegevoegd dat [de minderjarige] last heeft van het feit dat de vader het gezag over haar uitoefent.
3.3
De vader heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag.

4.De beoordeling

Het wettelijk kader
4.1
Uit artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of van een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing op grond van waarvan het gezamenlijk gezag is ontstaan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over een kind aan één van hen toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Het advies van de raad
4.2
De raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat de afgelopen jaren veel is geprobeerd om de vader een positieve rol te geven in het leven van [de minderjarige] , maar dit is niet gelukt. Ook in het kader van de ondertoezichtstelling is dit niet van de grond gekomen. Inmiddels is er al jaren geen contact tussen de vader en [de minderjarige] . Op dit moment zou het de moeder en [de minderjarige] rust kunnen geven als zij niet langer afhankelijk zijn van de vader voor het nemen van belangrijke gezagsbeslissingen. De vader heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen.
4.3
Tussen de ouders is niet in geschil dat sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n BW.
4.4
De rechtbank dient te beoordelen of het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd, zoals verzocht door de moeder. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de moeder alleen het gezag over haar uitoefent. Hiervoor heeft de rechtbank de volgende redenen.
4.5
De rechtbank stelt voorop dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is van de wetgever. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening waarbij zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hun kind kunnen voordoen. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat tussen de ouders al jaren sprake is van een verstoorde verstandhouding. Er is sprake van een turbulent verleden waarin veel wantrouwen is ontstaan bij de moeder vanwege stalkingsgedrag van de vader richting de moeder en [de minderjarige] , hetgeen nu ook nog zijn weerslag heeft. De moeder is nog steeds angstig voor de vader en de ouders communiceren op dit moment niet met elkaar. Daarbij komt bij dat [de minderjarige] sinds een aantal jaren al geen contact meer heeft met de vader. Hierdoor beschikt de vader op dit moment niet tot nauwelijks over informatie over [de minderjarige] . Dit gebrek aan informatie brengt met zich mee dat de vader onvoldoende zicht heeft op hetgeen [de minderjarige] nodig heeft. Hierdoor bestaat de verwachting dat de vader onvoldoende in staat zal zijn om gedegen gezagsbeslissingen over [de minderjarige] te kunnen nemen.
4.6
De rechtbank leidt hieruit de verwachting af dat gezamenlijk gezag ertoe zal leiden dat keer op keer geen (tijdige) gezagsbeslissingen kunnen worden genomen. Het zal voor de ouders (te) moeizaam of zelfs onmogelijk zijn om invulling te geven aan het gezamenlijk gezag. Gelet op de huidige onderlinge verhoudingen tussen de ouders en het gebrek aan informatie over [de minderjarige] aan de zijde van de vader, is de rechtbank van oordeel dat voortduring van het gezamenlijk gezag niet in het belang van [de minderjarige] is. De moeder moet als hoofdopvoeder van [de minderjarige] in staat zijn om zo nodig snel en zonder vertraging gezagsbeslissingen te kunnen nemen. Hierdoor kan voor [de minderjarige] de voor haar nodige rust ontstaan. Het is dan ook in het belang van [de minderjarige] dat de moeder het gezag over haar alleen uitoefent. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder dan ook toe.
4.7
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
beëindigt met ingang van heden het gezamenlijk gezag van de ouders over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en bepaalt dat de moeder voortaan het gezag over [de minderjarige] alleen uitoefent;
5.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.