In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van de moeder om de omgangsregeling met haar minderjarige dochter uit te breiden. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. R. Shahbazi, verzocht om een regeling waarbij zij eenmaal per maand gedurende tweeëneenhalf uur contact zou hebben met haar dochter. De gecertificeerde instelling, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, heeft verweer gevoerd en stelde dat de huidige regeling, die voorziet in twee omgangsmomenten per jaar van een halfuur, niet gewijzigd moest worden. De minderjarige, die bijna achttien jaar oud is, heeft zelf aangegeven dat zij de huidige regeling prefereert en dat uitbreiding van de omgangsregeling voor haar te belastend is. De rechtbank heeft de belangen van de minderjarige zwaar laten wegen in haar beslissing. Gezien de leeftijd van de minderjarige en haar duidelijke visie op de omgang, heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen aanleiding is om de huidige regeling uit te breiden. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder afgewezen en benadrukt dat het afdwingen van een uitgebreidere regeling kan leiden tot verdere verwijdering tussen moeder en dochter. De beschikking is openbaar uitgesproken en kan, voor zover definitief, worden aangevochten bij het gerechtshof te Amsterdam binnen drie maanden na de uitspraak.