Partijen waren getrouwd en gezamenlijk eigenaar van de echtelijke woning. Na echtscheiding in Duitsland in 2015 wenst de vrouw de woning te verdelen. Beide partijen vorderen overname van de woning met verschillende voorwaarden en termijnen.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime. Er is sprake van wettelijke algehele gemeenschap van goederen, waarbij ieder recht heeft op de helft van de waarde en schulden.
De woning wordt aan de man toegewezen onder de opschortende voorwaarde dat hij binnen drie maanden na taxatie de vrouw ontslaat uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire lening. Indien dit niet lukt, moet de woning worden verkocht via een NVM-makelaar. De waarde wordt bindend vastgesteld door een taxateur.
De man stelde investeringen van circa €35.000 te hebben gedaan, maar deze vordering wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.