ECLI:NL:RBNHO:2025:11742

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/15/342503 / FA RK 23-3614
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling en vakantie- en feestdagenregeling tussen vader en kinderen

Op 13 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven in een familiezakenprocedure betreffende de vaststelling van een omgangsregeling en een vakantie- en feestdagenregeling tussen de vader en zijn kinderen. De vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. Z. Taspinar, heeft op 3 augustus 2023 een verzoekschrift ingediend. De man heeft geen verweerschrift ingediend en de zaak is op 23 september 2025 mondeling behandeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw altijd omgang tussen de man en de kinderen heeft gestimuleerd en dat het in het belang van de kinderen is om een duidelijke omgangsregeling vast te stellen. De man heeft echter aangegeven dat hij eind 2025 naar Engeland wil verhuizen, wat de haalbaarheid van een omgangsregeling bemoeilijkt. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd dat de kinderen gebaat zijn bij regelmatig contact met beide ouders, maar dat de afspraken haalbaar moeten zijn.

De rechtbank heeft geoordeeld dat een omgangsregeling waarbij de kinderen om de week een weekend bij de vader verblijven, niet haalbaar is gezien de afstand en reistijd. In plaats daarvan is besloten dat de kinderen eenmaal per maand een weekend bij de vader in Nederland verblijven en dat er wekelijks een digitaal contactmoment plaatsvindt. Daarnaast is bepaald dat de kinderen in de zomervakantie gedurende één aaneengesloten week bij de vader in Engeland verblijven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. De beschikking is openbaar uitgesproken door mr. M. Flipse, rechter en kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Hermans als griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
vaststelling omgangsregeling en vakantie- en feestdagenregeling
zaaknummer: C/15/342503 / FA RK 23-3614
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 13 oktober 2025
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [plaats] ,
hierna: de vrouw,
advocaat mr. Z. Taspinar, kantoorhoudende te Amsterdam,
tegen
[de man],
wonende te [plaats] ,
hierna: de man.
betreffende
de minderjarige [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en
de minderjarige [de minderjarige 2] (hierna: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
hierna gezamenlijk: de kinderen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 3 augustus 2023;
- het bericht met bijlagen van de zijde van de vrouw, ingekomen op 18 augustus 2023;
- de beschikking van deze rechtbank van 29 september 2023 over de kinderalimentatie;
- het bericht van de zijde van de vrouw van 10 juli 2025.
1.2
De man heeft bij de rechtbank binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.
1.3
De zaak is mondeling behandeld op de zitting van 23 september 2025. Ter zitting waren aanwezig:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man.
Verder was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
1.4
[de minderjarige 1] is, gelet op zijn leeftijd, in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek met de rechtbank op 16 september 2025. Van dit gesprek is ter zitting kort en zakelijk verslag gedaan.

2.De verdere beoordeling

2.1
Bij (tussen)beschikking van 29 september 2023 is bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen €350,- per kind per maand dient te voldoen, met ingang van 12 mei 2023 en voor wat betreft de toekomstige termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. De behandeling van de overige verzoeken van de vrouw is aangehouden tot een nader te bepalen zitting.
2.2
De rechtbank moet nog beslissen op het verzoek van de vrouw om een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en de kinderen, inhoudende dat de kinderen om de week het weekend van vrijdag 17.30 uur (voor het avondeten) tot zondag 18.00 uur (na het avondeten), waarbij de man de kinderen bij de vrouw of uit de BSO ophaalt en op zondagavond weer naar huis toebrengt. De vrouw heeft het verzoek ten aanzien van de vaststelling van een omgangsmoment waarbij de kinderen iedere dinsdag na school tot na zwemmen (of 19.30 / 20.00 uur) bij de man verblijven ter zitting ingetrokken.
Ook moet de rechtbank nog beslissen op het verzoek van de vrouw om een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen bij de man verblijven:
- in de zomervakantie: de drie eerste weken aaneengesloten;
- in de voorjaarsvakantie: in de even jaren, overdracht in onderling overleg;
- in het geval dat de meivakantie één week duurt: dan in alle oneven jaren;
- in het geval dat de meivakantie twee weken duurt: dan in de even jaren de tweede week, waarbij de overdracht op vrijdagmiddag 18.00 uur plaatsvindt en in de oneven jaren de eerste week, waarbij de overdracht uit school / BSO dan wel vrijdagmiddag 18.00 uur;
- met betrekking tot de feestdagen geldt dat de reguliere regeling leidend is met uitzondering van de kerstdagen (waarbij de kinderen bij de vrouw verblijven) en Oud en Nieuw;
- op Nieuwjaarsdag, overdracht in onderling overleg.
- op de verjaardag van de man alsmede vaderdag.
De standpunten van partijen
2.3
Als onderbouwing van haar verzoek stelt de vrouw dat zij altijd degene is (geweest) die omgang tussen de man en de kinderen heeft gestimuleerd. De vrouw acht het in het belang van de kinderen dat een duidelijke omgangsregeling wordt vastgesteld tussen de man en de kinderen. Op die manier hebben de kinderen met enige regelmaat en structuur omgang met hun vader en weten de kinderen waar zij aan toe zijn. De vrouw meent dan ook dat de man zijn medewerking moet verlenen aan het tot stand komen van een voorspelbare en frequente omgangsregeling. Ten slotte meent de vrouw dat de man verplicht kan worden tot omgang nu de vaststelling van een omgangsregeling niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. Ter zitting heeft de vrouw hieraan toegevoegd dat het voornemen van de man om te verhuizen naar Engeland niet wegneemt dat van hem mag worden verwacht dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt als vader van de kinderen.
2.4
De man ter zitting naar voren gebracht dat de vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de kinderen niet zinvol is omdat de man voornemens is om eind dit jaar (2025) naar Engeland ( [plaats] ) te verhuizen. Het is voor hem dan ook niet haalbaar om iedere week naar Nederland af te reizen voor een omgangsmoment met de kinderen. Op de momenten dat de man in Nederland is, kunnen de kinderen wel bij hem komen logeren.
Het advies van de raad
2.5
De raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat de kinderen gebaat zijn bij regelmatig contact met beide ouders. De vaststelling van een structurele omgangsregeling met hun vader zou de kinderen ten goede kunnen komen. Tegelijkertijd zijn de kinderen gebaat bij voorspelbaarheid. Dit houdt in dat afspraken die worden vastgelegd, moeten worden nagekomen. Als de gemaakte afspraken niet worden nagekomen zou dit kunnen leiden tot verwarring, verdriet en boosheid bij de kinderen.
De beoordeling door de rechtbank
De omgangsregeling
2.6
Uit artikel 1:377a, eerste lid, van het BW volgt dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Ingevolge het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van één van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
2.7
Aangezien de vrouw ter zitting het verzoek ten aanzien van de dinsdag heeft ingetrokken, hoeft daarop niet meer te worden beslist.
2.8
De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van de kinderen is om contact te blijven houden met beide ouders, zoals ook is geadviseerd door de raad. Regelmatig contact met hun vader zal bijdragen aan de ontwikkeling van de kinderen. De man heeft ter zitting aangegeven dat hij voornemens is om eind dit jaar naar Engeland te verhuizen. Gelet op deze voorgenomen verhuizing acht de rechtbank een omgangsregeling waarbij de kinderen om de week een weekend bij hun vader verblijven, zoals verzocht door de vrouw, in de praktijk niet haalbaar. De afstand en hiermee gepaarde reistijd tussen Nederland en Engeland maakt een omgangsregeling met een dergelijke frequentie niet haalbaar voor de man en is hiermee niet in het belang van de kinderen. Zoals de raad heeft geadviseerd, zijn de kinderen immers gebaat bij een voorspelbare omgangsregeling die voor de man haalbaar is en door hem kan worden nagekomen. De rechtbank acht het wel in het belang van de kinderen dat er met regelmaat omgang plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank kan van de man worden verwacht dat hij eenmaal per maand een weekend naar Nederland komt om de kinderen te zien. Daarnaast zal de rechtbank vastleggen dat er iedere week op zaterdag een digitaal contactmoment (via videobellen) plaatsvindt tussen de kinderen en de man, waarbij de vrouw mag bepalen op welk tijdstip dit contactmoment plaatsvindt. De rechtbank gaat er vanuit dat de man zich zal inspannen om deze omgangsregeling na te komen om contact met de kinderen te onderhouden.
De vakantie- en feestdagenregeling
2.9
Ten aanzien van de vakantie- en feestdagenregeling zal de rechtbank bepalen dat de kinderen in de zomervakantie gedurende één aaneengesloten week bij de man in Engeland zullen verblijven.
2.1
Dit leidt tot de volgende beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
stelt een omgangsregeling vast inhoudende dat:
- de kinderen eenmaal per maand gedurende een weekend bij de man verblijven;
- waarbij de man afreist naar Nederland;
- waarbij de omgang in beginsel plaatsvindt van vrijdag 17.30 uur (voor het avondeten) tot zondag 18.00 uur (na het avondeten) en de man de kinderen bij de vrouw of uit de BSO ophaalt en op zondagavond weer naar huis toebrengt, tenzij de ouders in onderling overleg andere afspraken maken;
3.2
bepaalt dat iedere week op zaterdag een digitaal contactmoment plaatsvindt tussen de kinderen en de man, waarbij de vrouw mag bepalen op welk tijdstip dit contactmoment plaatsvindt;
3.3
bepaalt dat de kinderen in de zomervakantie gedurende één aaneengesloten week bij de man verblijven in Engeland, waarbij de ouders in onderling overleg bepalen in welke week deze omgang zal plaatsvinden;
3.4
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.