In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 24 september 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder van de minderjarige is door persoonlijke problematiek niet in staat om een veilige en stabiele opvoedomgeving te bieden. De minderjarige verblijft momenteel bij zijn grootmoeder en halfzus, waar hij positieve stappen in zijn ontwikkeling maakt. De kinderrechter heeft vastgesteld dat het belangrijk is om het perspectief van de minderjarige duidelijk te maken in het komende jaar, zodat hij kan starten met hulpverlening gericht op traumaverwerking.
De procedure begon met een verzoek van de gecertificeerde instelling, Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen voor een jaar. De kinderrechter heeft de zitting met gesloten deuren gehouden, waarbij de halfzus en de vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De moeder, vader en grootmoeder waren niet verschenen, ondanks dat zij correct waren opgeroepen. De kinderrechter heeft de minderjarige gevraagd naar zijn mening, maar hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te spreken.
De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld, gezien de beperkte vorderingen in het afgelopen jaar en de aanhoudende ontwikkelingsbedreiging. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 4 oktober 2026, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.