In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 24 september 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter constateert dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds van toepassing zijn, gezien de dreiging vanuit het criminele circuit en de zorgen over de overbelasting van de moeder. De minderjarige kan niet thuis wonen en is momenteel geplaatst in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). De gecertificeerde instelling (GI) heeft een passende kleinschalige woonvoorziening gevonden waar de minderjarige behandeling en begeleiding kan ontvangen.
De procedure begon met een verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, en om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De kinderrechter heeft de relevante stukken in overweging genomen, waaronder het verzoekschrift en de afmelding van de ouders voor de zitting. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord, die aangaf dat hij zich bewust is van zijn situatie en graag zijn leven wil verbeteren.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door zijn negatieve omgeving en gedragsproblemen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.