Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties
Rechtbank Noord-Holland
Partijen hebben in februari 2023 een vennootschap onder firma opgericht voor het exploiteren van een kapsalon. De samenwerking verliep stroef en in april 2025 heeft een vennoot aangegeven de samenwerking te willen beëindigen. Er ontstond onenigheid over de datum waarop de vertrekkende vennoot de v.o.f. moet verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de samenwerking moet eindigen en dat de enige resterende kwestie de exitdatum is. De vennoot wil tot eind december 2025 blijven vanwege de drukke maanden en omzet, terwijl de andere vennoot een eerder vertrek wenst wegens schade aan de bedrijfsvoering en werksfeer.
De rechtbank acht een vertrekdatum per 15 september 2025 redelijk, omdat dit een redelijke opzegtermijn van ruim vijf maanden biedt en voldoende ruimte laat voor de vertrekkende vennoot om zich voor te bereiden. De vennoot mag tot die datum zonder huurverplichting in de kapsalon werken en moet uiterlijk dan ook zijn vennootschapschap beëindigen. De proceskosten worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De exitdatum van de vennoot uit de v.o.f. wordt vastgesteld op 15 september 2025.