Uitspraak
STICHTING YMERE,
1.De procedure
- de brief van Ymere van 9 september 2025, met 5 producties;
- de mondelinge behandeling van 16 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Noord-Holland
De huurder heeft verzet ingesteld tegen een verstekvonnis waarin de huurovereenkomst wegens huurachterstand is ontbonden en ontruiming is bevolen. Dit verzet is echter pas ingesteld op 8 september 2025, terwijl het vonnis van 19 februari 2025 dateert. De kantonrechter overweegt dat het verstekvonnis niet persoonlijk is betekend, maar dat uit meerdere telefoongesprekken met de verhuurder blijkt dat de huurder al op 8 april 2025 op de hoogte was van het vonnis, waardoor het verzet te laat is ingesteld.
De kantonrechter beoordeelt vervolgens of de tenuitvoerlegging van het vonnis kan worden geschorst. Hierbij weegt hij het belang van de verhuurder om de ontruiming uit te voeren tegen het belang van de huurder om in de woning te blijven. Hoewel het belang van de huurder evident is, oordeelt de kantonrechter dat dit belang niet zwaarder weegt dan dat van de verhuurder, mede omdat de huurder de betalingsregeling niet is nagekomen en geen nieuwe concrete voorstellen heeft gedaan.
De huurder zal daardoor dakloos worden, maar dit is een gevolg van het niet nakomen van de verplichtingen. Ook het belang van de kinderen van de huurder weegt niet zwaarder, omdat zij elders hun hoofdverblijf hebben en de omgang niet onmogelijk is gemaakt. De vorderingen van de huurder worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de huurder tot schorsing van de ontruiming worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.