ECLI:NL:RBNHO:2025:10820

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
22 september 2025
Zaaknummer
11513579
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Ćulafić
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 2 BWArt. 7:18a lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelverplichting verkoper bij non-conformiteit tweedehands auto binnen jaar na aankoop

Op 22 maart 2024 kocht eiser een tweedehands Ford Transit van Handelsonderneming 't Woud. Binnen een jaar na aankoop ontstonden gebreken aan de auto, waaronder lekkage aan de hogedruk brandstofpomp, vervuiling van de DPF-injector en een gebogen vliegtand van het vliegwiel. Eiser stelde verkoper in gebreke en vorderde herstel.

De kantonrechter stelde vast dat sprake was van consumentenkoop, omdat eiser handelde voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit bij het aangaan van de koop. Hierdoor geldt het bewijsvermoeden van non-conformiteit volgens artikel 7:18a BW. Verkoper kon dit vermoeden niet weerleggen.

De rechtbank veroordeelde Handelsonderneming 't Woud tot herstel van de genoemde gebreken binnen vier weken, met een dwangsom van €100 per dag bij niet-naleving, gemaximeerd op €5.000. De subsidiaire vorderingen tot vergoeding van reeds gemaakte reparatiekosten werden niet toegewezen omdat eiser niet eerst verkoper de kans gaf tot herstel. Proceskosten werden aan eiser toegewezen.

Uitkomst: Verkoper wordt veroordeeld tot kosteloos herstel van de gebreken binnen vier weken met dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11513579 \ CV EXPL 25-249
Vonnis van 4 september 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.J. Meijer,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. HANDELSONDERNEMING 'T WOUD,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Handelsonderneming 't Woud,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 21 januari 2025 met producties
  • de conclusie van antwoord van 10 februari 2025 met producties
  • de akte houdende extra producties van de zijde van Handelsonderneming ’t Woud van 21 februari 2025,
  • het tussenvonnis van 27 februari 2025,
  • de mondelinge behandeling van 3 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 22 maart 2024 heeft [eiser] een tweedehands Ford Transit met kenteken VB-021-K (hierna: de Ford) gekocht voor de prijs van € 19.950,00 van Handelsonderneming ‘t Woud. De Ford had op het moment van koop een kilometerstand van 276.982.
2.2.
Op 19 september 2024 is door garagebedrijf [naam garage] een factuur opgesteld voor (reparatie)werkzaamheden aan de Ford voor een bedrag van € 1.509,27. Op de factuur staat vermeld dat de werkzaamheden zien op het vervangen van de hogedruk brandstofpomp in verband met lekkage en het vervangen van de DPF injector in verband met zware vervuiling.
2.3.
Op 27 september 2024 heeft [eiser] Handelsonderneming ’t Woud per brief in gebreke gesteld. Hierbij heeft [eiser] Handelsonderneming ’t Woud de mogelijkheid gegeven om gebreken aan de Ford te herstellen binnen een periode van vijf dagen. [eiser] heeft in de ingebrekestelling over de gebreken opgenomen dat deze onder andere bestaan uit:
De hoge druk brandstofpomp moet worden vervangen vanwege lekkage;
De DPF-injector moet worden vervangen vanwege zware vervuiling;
Het vliegwiel moet worden vervangen vanwege een gebogen vliegtand.
2.4.
Op 29 september 2024 heeft Handelsonderneming ‘t Woud afwijzend gereageerd op de ingebrekestelling. In haar email stelde Handelsonderneming ‘t Woud dat haar niet eerder de gelegenheid was geboden het gebrek te verhelpen en deed ze een tegenvoorstel: of een bijdrage van € 1.500,00 in de reparatiekosten, of terugkoop van de Ford voor € 3.500,00. [eiser] heeft dit voorstel niet geaccepteerd. Op 26 november 2024 heeft [eiser] Handelsonderneming ’t Woud nogmaals in gebreke gesteld, maar ook dat heeft niet geleid tot het verlangde herstel.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
Handelsonderneming ‘t Woud veroordeelt tot herstel van de Ford binnen twee weken na het wijzen van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 10.000,00;
subsidiair:
[eiser] machtigt om het herstel zelf door een derde te laten uitvoeren, met veroordeling van Handelsonderneming ‘t Woud tot vergoeding van de reeds gemaakte herstelkosten van € 1.509,27, te vermeerderen met wettelijke rente,
meer subsidiair:
Handelsonderneming ’t Woud veroordeelt tot betaling van de totale herstelkosten, begroot op € 3.125,56, te vermeerderen met de wettelijke rente,
in alle gevallen:
Handelsonderneming ’t Woud veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat de Ford kort na aankoop gebreken vertoonde die reeds bij aflevering aanwezig waren, zodat sprake is van non-conformiteit. Hij beroept zich op consumentenkoop en het bewijsvermoeden van artikel 7:18a Burgerlijk Wetboek (BW).
3.3.
Handelsonderneming 't Woud voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Er is sprake van consumentenkoop
4.1.
Partijen verschillen allereerst van mening over de vraag of [eiser] de Ford heeft gekocht als consument. Dat is van belang omdat de wet bij een consumentenkoop extra beschermingsregels kent voor de consument, waaronder het bewijsvermoeden. [1] Als geen sprake is van consumentenkoop, kan [eiser] zich daarop niet beroepen. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of sprake is van een consumentenkoop.
4.2.
Consumentenkoop is de koop met betrekking tot een roerende zaak die wordt gesloten door een verkoper die handelt in het kader van zijn bedrijfsactiviteiten en een koper die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit.
4.3.
[eiser] stelt dat hij handelde voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit omdat hij de Ford op zijn eigen naam heeft gekocht en betaald. Ook stelt [eiser] dat hij bij de verkoop aan Handelsonderneming ’t Woud heeft meegedeeld dat de Ford bestemd is voor privégebruik. Handelsonderneming ’t Woud betwist dit niet, maar voert aan dat er toch geen sprake is van consumentenkoop omdat later is gebleken dat [eiser] de Ford ook voor zijn werk gebruikt. Ter onderbouwing wijst zij erop dat [eiser] in de correspondentie over de gebreken heeft meegedeeld dat hij de Ford naast privégebruik ook nodig heeft voor zijn werk.
4.4.
De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
4.5.
Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van consumentenkoop, is het moment van het aangaan van de koopovereenkomst van belang. Op dat moment maken partijen namelijk de afspraken maken over de economische voorwaarden van de koop, zoals de prijs en garantievoorwaarden. Als de koopovereenkomst geen consumentenkoop zou zijn, zouden die voorwaarden er waarschijnlijk anders uitzien.
4.6.
Er is in dit geval sprake van consumentenkoop, omdat als onbetwist vaststaat dat [eiser] bij het aangaan van de koopovereenkomst naar buiten trad als een koper die handelde voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit. Dat [eiser] na de aankoop heeft meegedeeld dat hij de Ford ook voor zijn werk gebruikt, doet daaraan op grond van het voorgaande niet af.
De Ford is non-conform
4.7.
De vraag die vervolgens voorligt, is of de Ford aan de overeenkomst beantwoordt. Voor de beantwoording van deze vraag is van belang dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is) indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper daarover heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag in beginsel verwachten dat de zaak beschikt over de eigenschappen die voor een normaal gebruik daarvan noodzakelijk zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. [2] Omdat in dit geval sprake is van consumentenkoop, geldt het wettelijke bewijsvermoeden. [3] Dit houdt in dat de wet de consument beschermt door te bepalen dat als er sprake is van een gebrek dat zich binnen een jaar na aflevering openbaart, de gekochte zaak wordt vermoed non-conform te zijn. Het is dan aan de verkoper om aan te tonen dat dit gebrek niet al bij de verkoop aanwezig was.
4.8.
Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van gebreken die het normale gebruik van de Ford verhinderen, en dat deze gebreken zich binnen een jaar na aflevering hebben geopenbaard. Hoewel Handelsonderneming ’t Woud na contact met garagebedrijf [naam garage] vraagtekens zet bij het reeds bestaan van de gebreken bij aflevering van de Ford, licht zij dit niet concreet toe noch geeft zij enige onderbouwing waarom de gebreken pas na aflevering zouden zijn ontstaan. Stukken daarover zijn niet ingebracht. Dit betekent dat Handelsonderneming ’t Woud het bewijsvermoeden niet weerlegt. De conclusie is dan ook dat de Ford non-conform is.
De Ford moet hersteld
4.9.
Het wettelijk systeem brengt mee dat de koper bij non-conformiteit aanspraak heeft op herstel door de verkoper zelf. Dit herstel moet kosteloos plaatsvinden. Dat betekent dat Handelsonderneming ’t Woud gehouden was de auto in overeenstemming met de overeenkomst te brengen toen [eiser] haar daarom verzocht. [eiser] hoefde geen genoegen te nemen met de voorstellen van Handelsonderneming ’t Woud, omdat die niet voorzagen in kosteloos en volledig herstel van de gebreken. De kantonrechter zal de primaire vordering daarom toewijzen. Hierbij geldt wel dat de herstelverplichting is beperkt tot de gebreken die in de ingebrekestelling van 27 september 2024 zijn genoemd, omdat alleen die gebreken onderwerp van het geschil vormen. Dit betreft dus de vervanging van de hoge druk brandstofpomp vanwege lekkage, de vervanging van de DPF-injector vanwege zware vervuiling en de vervanging van het vliegwiel vanwege een gebogen vliegtand. Tegen de inhoud van het gevorderde herstel heeft Handelsonderneming ’t Woud geen afzonderlijk verweer gevoerd.
4.10.
De door [eiser] vóór de ingebrekestelling van 27 september 2024 uitgevoerde reparatie en de daarmee gemoeide kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat [eiser] deze niet primair vordert. Deze kosten zijn subsidiair gevorderd, terwijl het primair gevorderde wordt toegewezen. Daarbij komt dat Handelsonderneming ’t Woud niet aansprakelijk is voor deze kosten, omdat [eiser] haar niet eerst de mogelijkheid heeft geboden om zelf tot herstel over te gaan. Dat had [eiser] wel moeten doen, in plaats van de Ford meteen naar een andere autogarage te brengen.
4.11.
Omdat de primaire vordering zal worden toegewezen, is het niet nodig om de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen te bespreken.
4.12.
De vordering tot vaststelling van een dwangsom is toewijsbaar, maar deze dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd tot een hoogte die in redelijke verhouding staat tot de herstelverplichting.
4.13.
Handelsonderneming 't Woud is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Handelsonderneming 't Woud niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
80,00
(2 punten × € 40,00)
- nakosten
20,00
Totaal
190,00
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
gelast Handelsonderneming 't Woud om de onder 4.9 genoemde gebreken aan de Ford te herstellen binnen vier weken na betekening van dit vonnis,
5.2.
veroordeelt Handelsonderneming 't Woud om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00,
5.3.
veroordeelt Handelsonderneming 't Woud in de proceskosten van € 190,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:18a lid 2 BW.
2.Artikel 7:17 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek.
3.Artikel 7:18a lid 2 Burgerlijk Wetboek.