Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:10466

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
11476739
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens vertraging vlucht door buitengewone omstandigheden

De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Bordeaux via Parijs naar Amsterdam op 23 september 2024. De vlucht werd met meer dan drie uur vertraging uitgevoerd, waarna de passagiers compensatie vorderden op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, waaronder beperkingen door de luchtverkeersleiding en slechte weersomstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen. De rechtbank stelde vast dat deze omstandigheden voldoende waren onderbouwd en dat de vertraging daardoor gerechtvaardigd was.

Verder oordeelde de rechtbank dat de vervoerder de passagiers redelijk had omgeboekt op een alternatieve vlucht, waardoor niet meer van de vervoerder kon worden verwacht. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot compensatie wegens vluchtvertraging afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11476739 \ CV FORM 25-70
Uitspraakdatum: 3 september 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Roissy (Frankrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 23 september 2024 moest vervoeren van Bordeaux–Mérignac Airport (Frankrijk) via Charles de Gaulle Airport (Parijs, Frankrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met de vluchtcombinatie AF7437 en AF8346.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht AF7437 van Bordeaux naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Bordeaux – Parijs (vluchtnummers AF7436 en AF7437). Deze vluchten zijn volgens de vervoerder met hetzelfde toestel uitgevoerd. Het toestel heeft voorafgaand aan de rotatievlucht een rotatievlucht Parijs – Barcelona – Parijs (vluchtnummers AF1348 en AF1349) uitgevoerd. Vlucht AF1348 is met een vertraging van 20 minuten te Barcelona gearriveerd vanwege beperkingen door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging werkt door op vlucht AF1349. Het toestel heeft in Barcelona zeer lang moeten wachten op afhandeling. Hierdoor is de vertraging verder opgelopen. Bovendien heeft het toestel aldaar eveneens moeten wachten op toestemming om op te mogen stijgen. Vlucht AF1349 is uiteindelijk uitgevoerd met een vertraging van 50 minuten. Deze vertraging werkt door op de rotatievlucht in kwestie.
4.4.
Vlucht AF7436 is vervolgens zo snel mogelijk uitgevoerd. De vertraging bedroeg op het moment van aankomst in Bordeaux 41 minuten. Deze vertraging werkt door op de vlucht. Als gevolg van slechte weersomstandigheden te Parijs mocht de vlucht niet direct vertrekken. De passagiers zijn met een vertraging van 1 uur en 6 minuten aangekomen in Parijs, aldus de vervoerder.
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat deze omstandigheden hebben geleid tot een vertraagde uitvoering van de vlucht. Als een vlucht een latere vertrektijd krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Ook een vertraagde (grond)afhandeling is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De conclusie is dat de uiteindelijke vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.6.
Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de omboeking van de passagiers op vlucht KL2006 als redelijke maatregel kan worden aangemerkt. De vervoerder stelt namelijk dat sneller vervoer niet mogelijk was. Daarom kon er in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.