De passagiers hadden een vervoersovereenkomst gesloten met easyJet Europe voor een vlucht van Malpensa Airport naar Amsterdam-Schiphol op 22 juli 2024, die door de vervoerder werd geannuleerd. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een vertraagde doorgang waardoor de terugvlucht de nachtsluiting van Schiphol zou schenden. De kantonrechter oordeelde echter dat niet is gebleken dat de vlucht geen doorgang kon vinden, en dat de vervoerder ondanks mogelijke bedrijfskeuzes gehouden is tot compensatie.
De kantonrechter wees het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af, omdat de passagiers niet aannemelijk maakten dat deze kosten verder gingen dan gebruikelijke aanmaningen en dossieropbouw. De proceskosten en nakosten werden toegewezen aan de passagiers.
De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €500 compensatie, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht tot volledige betaling, en tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.