De rechtbank Noord-Holland heeft op 14 augustus 2025 uitspraak gedaan over de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel die op 4 december 2024 aan betrokkene is opgelegd. Betrokkene verzocht om beëindiging van de maatregel, maar de rechtbank heeft de rapportage van de inrichting en het advies van de deskundige meegewogen.
Uit de rapportage blijkt dat betrokkene nog niet is gestart met behandeling en resocialisatie, ondanks het volgen van enkele cursussen. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat en er is nog geen stabiele leefomgeving. De deskundige bevestigde dat een ambulant behandeltraject en begeleid wonen gepland staan, maar dat het traject enige vertraging heeft opgelopen.
De officier van justitie steunde voortzetting van de maatregel, terwijl de raadsman van betrokkene stelde dat voortzetting niet nodig is vanwege het ontbreken van een recidiverisico en de omstandigheden buiten de macht van betrokkene.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting noodzakelijk is om onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein te voorkomen. De vertraging in het traject is ongewenst maar beperkt, en het tijdspad voor verdere stappen is concreet. Daarom wordt de ISD-maatregel voortgezet.