De rechtbank Noord-Holland heeft op 17 juli 2025 uitspraak gedaan over de vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel aan de veroordeelde. Deze maatregel was bij vonnis van 20 november 2024 opgelegd met een proeftijd van twee jaar en voorwaarden waaronder klinische behandeling en toezicht.
De rechtbank stelde vast dat de uitspraak waarbij de PIJ-maatregel is opgelegd nog niet onherroepelijk is, maar dat dit de tenuitvoerlegging niet in de weg staat, conform een arrest van de Hoge Raad uit 2017. De veroordeelde heeft de voorwaarden, waaronder meewerken aan klinische behandeling en reclasseringstoezicht, niet nageleefd. Behandeling bij de aangewezen instelling De Catamaran is niet gestart wegens gebrek aan motivatie en ook bij de overbruggingsinstelling Accuraat Zorg hield de veroordeelde zich niet aan de regels.
De Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering adviseren eveneens tot tenuitvoerlegging vanwege het ontbreken van gedragsverbetering en de risico’s voor de maatschappij. De verdediging voerde aan dat de veroordeelde geen eerlijke kans heeft gekregen en dat de kwaliteit van de zorginstelling tekortschiet, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank concludeert dat de veroordeelde de voorwaarden heeft overtreden en gelast de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel, waarmee de veroordeelde een laatste kans krijgt om aan zichzelf te werken binnen een gedwongen kader.