Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en eis in reconventie
- de akte met producties van [gedaagde] van 20 augustus 2024.
2.De feiten
KOSTEN VAN DE HUISHOUDING
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een huurrechtelijk geschil tussen ex-partners die samenwoonden en gezamenlijk een woning huurden. De man vordert dat de vrouw de huur niet langer voortzet omdat hij meer belang heeft bij behoud van de woning, onder meer vanwege zijn medische situatie en binding met de omgeving. Daarnaast vordert hij vergoeding van bedragen die zonder zijn toestemming van zijn bankrekening zijn opgenomen.
De vrouw betwist de vorderingen en vordert zelf het huurrecht van de man te beëindigen en de huurovereenkomst voort te zetten. Zij stelt dat zij meer gebonden is aan de buurt vanwege haar werk en dat zij de financiële lasten kan dragen.
De rechtbank weegt de belangen van partijen af op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro. Gezien de omstandigheden, waaronder de werkbinding van de vrouw aan de buurt en het ontbreken van een zwaarder belang van de man, wordt het huurrecht aan de vrouw toegekend. De vordering tot vergoeding wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de vrouw zonder toestemming waarde heeft onttrokken. De man krijgt wel recht op afgifte van zijn persoonlijke goederen en documenten.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurrechten worden aan de vrouw toegekend vanwege haar grotere binding met de buurt en de vorderingen van de man worden afgewezen, behalve de afgifte van persoonlijke goederen.