ECLI:NL:RBNHO:2024:9793

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
C/15/355630 HA RK 24-111
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van wrakingsverzoek wegens indiening na einduitspraak

Verzoeker heeft op 31 juli 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de voorlopige voorziening behandelde onder zaaknummer HAA 24/2614. De rechter had echter reeds op 30 juli 2024 een einduitspraak gedaan in deze zaak.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat op grond van artikel 5, tweede lid, onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend nadat de einduitspraak is gedaan. Omdat verzoeker het wrakingsverzoek pas na deze einduitspraak heeft ingediend, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer heeft daarom besloten geen mondelinge behandeling te plannen en het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk te verklaren. De griffier is opgedragen om een afschrift van deze beslissing aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de voorlopige voorziening toe te zenden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens indiening na einduitspraak.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK

/
Wrakingskamer
zaaknummer: C/15/ 355630 HA RK 24-111

Beslissing van 12 augustus 2024

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker] ,

wonende te Hoofddorp,
verzoeker,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. W.B. Klaus,
hierna te noemen: de rechter.

Procesverloop

1.1
Verzoeker heeft op 31 juli 2024 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Bestuursrecht, zittingsplaats Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 24/2614, hierna te noemen: het verzoek om voorlopige voorziening.
1.2
De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek tot wraking gereageerd.
1.3
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
De beoordeling
2. Volgens artikel 5, tweede lid, onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan.
3. De rechter heeft op het verzoek om voorlopige voorziening op 30 juli 2024 einduitspraak gedaan. Verzoeker heeft de rechter pas na de einduitspraak gewraakt. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk;
- beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in het verzoek om voorlopige voorziening een afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. M. Kraefft en mr. C.S. Schoorl, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. E. Boon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2024.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.