Verzoeker heeft op 4 september 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de bestuursrechtelijke beroepszaak met zaaknummer HAA 24/2064. Dit verzoek betreft vermeende vooringenomenheid vanwege het niet tijdig doen van een gemotiveerde uitspraak binnen de wettelijke termijn.
De wrakingskamer overweegt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het is ingediend na de einduitspraak in de beroepszaak, die op 17 juli 2024 buiten zitting is gedaan. Volgens vaste rechtspraak moet een wrakingsverzoek worden ingediend vóór de einduitspraak in de hoofdzaak.
Daarnaast is het verzoek voor zover het betrekking heeft op de verzetszaak eveneens niet-ontvankelijk, omdat nog geen rechter is aangewezen die deze zaak behandelt en een wrakingsverzoek alleen kan worden gericht tegen de met de behandeling belaste rechter. Ook het verzoek gericht tegen een procesbeslissing om de verzetszaak nog niet op zitting te plannen is ongegrond, aangezien procesbeslissingen geen grond voor wraking vormen.
De wrakingskamer verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk en beveelt verzending van de beslissing aan de betrokken partijen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.