Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Noord-Holland
Eiser en zijn volwassen dochter wonen samen in een eengezinswoning die door eiser wordt gehuurd van Ymere. De dochter verzorgt de zieke vader en werkt vanuit huis. Zij verzochten om medehuurderschap toe te kennen aan de dochter, maar Ymere weigerde dit omdat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding zou zijn.
De rechtbank beoordeelde de situatie aan de hand van de wettelijke criteria voor medehuurderschap. Hoewel er sprake is van een hechte en zorgzame relatie met gedeelde huishoudelijke taken en gezamenlijke sociale activiteiten, ontbrak het aan voldoende financiële verwevenheid en vaste afspraken over kostenverdeling. De dochter droeg wisselend kostgeld bij, maar er was geen bewijs van gezamenlijke kosten of een duurzame huishouding.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat een volwassen kind bij de ouder woont en mantelzorg verleent, niet automatisch leidt tot medehuurderschap. Er was onvoldoende aangetoond dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding zoals vereist in artikel 7:268 BW Pro. Daarom werd het verzoek afgewezen en werden eiser en zijn dochter veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek medehuurderschap volwassen kind afgewezen wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding.