ECLI:NL:RBNHO:2024:892

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
10752316 \ CV EXPL 23-4508
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWBoek 6, Titel 5, Afdeling 2B BWRichtlijn 2011/24/EU
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onredelijk bezwarend beding in apotheekvoorwaarden en toewijzing hoofdsom

In deze civiele zaak tussen een besloten vennootschap en een gedaagde die niet is verschenen, heeft de kantonrechter verstek verleend. De zaak betreft een overeenkomst betreffende gezondheidszorg, waardoor bepaalde bepalingen van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of artikel 3.7 van de Algemene apotheek verkoop- en betalingsvoorwaarden KNMP 2018 voldoet aan de wettelijke regeling van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Dit artikel regelt incassokosten na verzuim. De rechter concludeert dat het beding onredelijk bezwarend is omdat het afwijkt van de wettelijke regeling die vereist dat incassokosten pas verschuldigd zijn na een vruchteloze aanmaning binnen 14 dagen.

De hoofdsom van €175,37 plus wettelijke rente wordt toegewezen, maar de vordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens vernietiging van het beding. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, maar de kosten van de aanvullende akte blijven voor rekening van de eisende partij.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter W.S.J. Thijs en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Hoofdsom en wettelijke rente toegewezen, incassokostenbeding vernietigd en vordering incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10752316 \ CV EXPL 23-4508
Uitspraakdatum: 7 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap
[bedrijf] B.V.
gevestigd te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarder [betrokkene]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het verdere procesverloop

De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. Bij tussenvonnis van 20 december 2023 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 9 januari 2024 heeft gedaan.

2.De verdere beoordeling

Hoofdsom
2.1.
De kantonrechter heeft in het tussenvonnis geoordeeld er sprake is van een overeenkomst betreffende gezondheidszorg, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3 onder Pro b van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 (
PbL 88/45). Dit heeft tot gevolg dat de bepalingen van Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) niet van toepassing zijn. De kantonrechter zal dan ook niet ambtshalve toetsen of aan de informatieplichten van Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B van het BW is voldaan.
2.2.
De hoofdsom zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dit geldt ook voor de gevorderde wettelijke rente.
Artikel 3.7 van de Algemene apotheek verkoop- en betalingsvoorwaarden KNMP 2018 (hierna: Algemene Voorwaarden)
2.3.
De eisende partij stelt dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden geen oneerlijk beding is en dat de gedaagde partij meerdere malen tot betaling is aangemaand. De eisende partij geeft geen nadere toelichting bij haar stelling dat het beding in de Algemene Voorwaarden geen oneerlijk beding zou zijn.
2.4.
De kantonrechter blijft van oordeel dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden niet voldoet aan de wettelijke regeling van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat de apotheek gerechtigd is incassokosten in rekening te brengen, kort gezegd na vruchteloze aanmaning tot betaling binnen een termijn van 14 dagen. Dit wijkt af van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, op grond waarvan de consument pas incassokosten verschuldigd is als deze
na het intreden van verzuimvruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van 14 dagen.
2.5.
Op grond van het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat het vermoeden niet is weerlegd dat artikel 3.7 van de Algemene Voorwaarden onredelijk bezwarend is. Het beding zal daarom worden vernietigd. Dit heeft tot gevolg dat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.
2.6.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de te nemen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 175,37, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 166,45 vanaf 6 oktober 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 40,00 wegens salaris gemachtigde;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter