Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:8845

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
15/314368-23
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 245 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter seksuele handelingen met minderjarige

De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen in de periode januari tot augustus 2022 met een vijftienjarige, terwijl verdachte eenentwintig jaar was.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, deze niet als ontuchtig konden worden gekwalificeerd. Dit volgt uit jurisprudentie van de Hoge Raad, die stelt dat onder bepaalde omstandigheden, zoals een vrijwillige relatie tussen jongeren met geringe leeftijdsverschillen en een mate van gelijkwaardigheid, het ontuchtig karakter ontbreekt.

In deze zaak was sprake van een bestendige, publieke liefdesrelatie van ruim acht maanden tussen de verdachte en het slachtoffer, die elkaar op de werkvloer hadden leren kennen en een gelijke functie hadden. De relatie was open en vrijwillig, met wederzijds contact en duidelijke communicatie over wensen en grenzen.

De rechtbank vond onvoldoende aanwijzingen dat verdachte de overhand had of dat het contact ongelijkwaardig was. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens de vrijspraak. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van het ontuchtig karakter van de seksuele handelingen met de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/314368-23 (P)
Uitspraakdatum: 22 augustus 2024
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2024 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum en -plaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. B. Rademacher en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.A. Docter, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 januari 2022 tot en met 23 augustus 2022 te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard, althans in Nederland,
(telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of
mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die
[slachtoffer] ,
te weten het (telkens) een en/of meermalen:
- zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] brengen en/of (vaginale) gemeenschap
hebben met die [slachtoffer] en/of
- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] brengen en/of die [slachtoffer] vingeren
en/of
- zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de anus van die [slachtoffer] brengen en/of
- zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] brengen en/of die [slachtoffer] hem, verdachte,
laten pijpen en/of
- ( een) seksspeeltje(s) in de vagina van die [slachtoffer] brengen.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Volgens hem zijn de seksuele handelingen tussen de verdachte en mevrouw [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) wettig en overtuigend bewezen en moeten deze handelingen als ontuchtig worden gezien.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De seksuele handelingen tussen de verdachte en [slachtoffer] hebben weliswaar plaatsgevonden maar kunnen niet worden gezien als ontuchtig in de zin van de wet.
3.3.
VrijspraakDe rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde en legt hieronder uit waarom.
Het juridisch kader
Artikel 245 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zoals dat gold ten tijde van de tenlastegelegde feiten, stelt seksueel contact met een jongere tussen de twaalf en zestien jaar oud strafbaar. Uitgangspunt is dat seksueel contact met iemand van die leeftijd een ontuchtig karakter heeft. De wetgever is ervan uitgegaan dat zij in het algemeen onvoldoende in staat zijn zelf hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt echter dat er zich omstandigheden kunnen voordoen waaronder seksueel contact tussen jongeren niet als ontuchtig kan worden gekwalificeerd. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen. Een scherpe afgrenzing van dergelijke omstandigheden valt in zijn algemeenheid niet te geven. Wel volgt uit de relevante rechtspraak dat in ieder geval sprake moet zijn van een bepaalde mate van gelijkwaardigheid tussen de betrokken personen. Of sprake is van zulke gelijkwaardigheid komt aan op de weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Onder de wet zoals die op dit moment geldt blijft dit uitgangspunt overigens ongewijzigd.
Weging en waardering van de omstandigheden
De rechtbank komt tot de conclusie dat de aan de verdachte ten laste gelegde seksuele handelingen met [slachtoffer] niet ontuchtig zijn. Daarvoor acht de rechtbank kort gezegd van belang dat de seksuele handelingen plaatsvonden in de context van een publieke, bestendige liefdesrelatie tussen twee jonge mensen die op voet van gelijkwaardigheid met elkaar omgingen. Het leeftijdsverschil tussen de verdachte en [slachtoffer] , op dat moment respectievelijk eenentwintig en vijftien jaar oud, doet daar niet aan af. De rechtbank legt dat hieronder verder uit.
De verdachte en [slachtoffer] hebben elkaar leren kennen op de werkvloer. Zij hadden op dat moment een gelijke functie. Uit hun verklaringen volgt dat zij vrijwillig hebben gekozen om een eerste keer met elkaar af te spreken en elkaar daarna te blijven zien. Dat leidde tot een liefdesrelatie, die uiteindelijk ruim acht maanden standhield. Aanvankelijk spraken zij buitenshuis af met anderen erbij, later ook bij elkaar thuis zonder anderen. Beiden woonden in bij hun ouders, die van de relatie op de hoogte waren en daar ook met hen over spraken. Ook naar de rest van de buitenwereld waren zij open over hun relatie. Uit de verklaringen van de verdachte en [slachtoffer] volgt verder dat zij samen naar een affectieve, seksuele relatie toewerkten, waarbij zij beiden vrijwillig met voor hen nieuwe handelingen experimenteerden. De aard van de seksuele handelingen veranderde gradueel en nam in hevigheid toe. Uit chatgesprekken in het dossier maakt de rechtbank op dat de verdachte en [slachtoffer] met elkaar in nauw contact stonden over hoe de relatie verliep, ook op seksueel gebied. Daarbij valt op dat [slachtoffer] goed kon aangeven wanneer zij handelen van de verdachte ongewenst vond en hem daarop stevig kon aanspreken, ondanks het leeftijdsverschil tussen hen. Ook valt op dat de verdachte zich consequent schuldbewust toonde als [slachtoffer] ongewenst gedrag aankaartte. Ongelijkwaardig contact blijkt hier in ieder geval niet uit en de rechtbank ziet in het dossier overigens ook onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte de overhand had in emotioneel of seksueel opzicht. De genoemde omstandigheden, in samenhang gezien, zijn voor de rechtbank voldoende voor de conclusie dat het ontuchtig karakter van de seksuele handelingen ontbreekt. De tenlastegelegde ontucht is daarom niet wettig en overtuigend bewezen.

9.Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 26.809,09 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde feit heeft geleden.
Vanwege de vrijspraak van het ten laste gelegde feit kan de benadeelde partij niet in de vordering worden ontvangen. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.

4.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. B.V.A. Corstens, voorzitter,
mrs. C.W.M. Giesen en C.S. Schoorl, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Snelder,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 augustus 2024.