Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 25 januari 2024.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen hadden een affectieve relatie en zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. Na de relatiebreuk bleef de man in de woning wonen en nam hij de woonlasten voor zijn rekening. De rechtbank had eerder de verdeling van de woning aangehouden tot 1 januari 2024 om de man de mogelijkheid te geven de vrouw uit te kopen.
De man gaf zonder medeweten van de vrouw een verkoopopdracht aan Makelaarsland, terwijl de vrouw een andere makelaar prefereerde. De vrouw vorderde primair ontruiming van de woning en subsidiair medewerking aan verkoop via een door haar gekozen makelaar. De rechtbank oordeelde dat ontruiming niet spoedeisend was en wees die vordering af.
De rechtbank stelde een procedure vast waarbij beide partijen offertes bij twee regionale makelaars opvragen en de laagste offerte wordt gekozen. Indien de man niet meewerkt, kan de vrouw een makelaar kiezen. Het vonnis treedt in de plaats van de handtekening van de man voor verkoop- en leveringshandelingen en voor het opzeggen van de overlijdensrisicoverzekering. Tevens is een dwangsom van €250 per weigering opgelegd, met een maximum van €2.500.
De man blijft woonlasten dragen tot levering van de woning. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop woning met dwangsom bij weigering en regeling voor makelaarskeuze.