Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de akte nadere uitlating conform het vonnis van 29 mei 2024 van [eisers] van 12 juni 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn buren met een geschil over de erfgrens, afval, asbest en beplanting. De eisers vorderen onder meer het versmallen van de oprijlaan van de gedaagde die over de erfgrens ligt, het verwijderen van afval en het terugplaatsen van een hek. De gedaagde vordert onder meer verwijdering van afval en asbest op het perceel van eisers, het verwijderen van overhangende beplanting en het plaatsen van een schutting op de erfgrens.
De rechtbank stelt vast dat de oprijlaan van de gedaagde inderdaad over de erfgrens ligt en beveelt verwijdering. De vorderingen tot het plaatsen van voorzieningen tegen afwatering, het verwijderen van afval, terugplaatsen van hek en schadevergoeding aan de caravan worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot verwijdering van asbest wordt toegewezen, evenals de verwijdering van overhangende beplanting en het plaatsen van een schutting op de erfgrens.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onrechtmatige hinder door afval en zeil van eisers. De kosten van het kadastraal onderzoek en asbestonderzoek worden voor de helft aan eisers opgelegd. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagde tot het versmallen van het oprijpad en eisers tot verwijdering van asbest en overhangende beplanting, plaatsing van een schutting en betaling van kosten, met compensatie van proceskosten.