De rechtbank Noord-Holland heeft op 31 juli 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds december 2021 in een pleeggezin verblijft. De moeder heeft het ouderlijk gezag, maar kampt met persoonlijke problemen en ongeschikte woonruimte.
De kinderrechter nam het verzoek van de GI in behandeling, die stelde dat de minderjarige nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door factoren zoals huiselijk geweld, de dood van haar vader en onvoldoende opvoedcapaciteiten van de moeder. De moeder is wisselend in haar houding tegenover hulpverlening en vertoont onvoorspelbaar gedrag, wat het herstel bemoeilijkt.
De minderjarige geeft aan het goed te hebben bij haar pleegouders en wil graag in de toekomst weer bij haar moeder wonen als de omstandigheden verbeteren. De pleegouders steunen de verlenging vanwege de huidige spanningen en problemen rond de nalatenschap van de vader.
De rechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Gezien de voortdurende bedreigingen en het ontbreken van een perspectiefbesluit, wordt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing met twaalf maanden verlengd. De moeder wordt gemaand mee te werken aan de afwikkeling van de erfenis en de omgangsafspraken na te komen. De minderjarige krijgt verdere hulp en diagnostiek toegewezen.