ECLI:NL:RBNHO:2024:839
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging persoonsgebonden budget en zorgovereenkomst Wet langdurige zorg
De zaak betreft het beroep van de erfgenaam van wijlen zorgontvanger tegen besluiten van het Zilveren Kruis Zorgkantoor die de verlenging van het persoonsgebonden budget (pgb) voor Palliatief Terminale Zorg (PTZ) en de goedkeuring van een zorgovereenkomst met Zorgpunt Nederland B.V. hebben afgewezen.
De primaire besluiten van 14 januari 2021 wezen de aanvragen van 22 juni en 1 oktober 2020 af vanwege wisselingen in professionele zorgverleners, conflicten met de wettelijke vertegenwoordiger, het ontbreken van toelichting op vragen van het zorgkantoor, en onduidelijkheid over de continuïteit en doelmatigheid van de zorg. Ook was de zorgovereenkomst ongedateerd en ontbrak bekrachtiging, terwijl de kwaliteit en opleiding van de zorgverleners onvoldoende waren aangetoond.
Eiser voerde aan dat de besluiten in strijd waren met het zorgvuldigheids- en vertrouwensbeginsel, dat de besluiten niet binnen redelijke termijn waren genomen en dat er geen sprake was van een ongewenste constructie met Zorgpunt Nederland. De rechtbank oordeelde dat eiser belanghebbende is, maar dat aan wijlen zorgontvanger geen zorg is onthouden en dat de vertraging in besluitvorming aan eiser te wijten was.
De rechtbank concludeerde dat verweerder op goede gronden de aanvragen heeft afgewezen en dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangevoerd om het oordeel te weerleggen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van het persoonsgebonden budget en de zorgovereenkomst wordt ongegrond verklaard.