Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
3.3. [gedaagde 3] ,
4.
[gedaagde 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft de vraag of door ondertekening van een offerte voor de bouw van een twee-onder-één-kapwoning een aannemingsovereenkomst is ontstaan. De woning betrof een nieuwbouwproject met een schetsontwerp met een plat dak, waarvoor nog geen definitieve toestemming van de gemeente was verkregen. De aannemer stelde dat door ondertekening van de offerte een overeenkomst was gesloten, terwijl de gedaagden stelden dat de ondertekening slechts bedoeld was om de architect het ontwerp verder te laten uitwerken.
De rechtbank stelde vast dat het schetsontwerp slechts een impressie van de voorkant en handgetekende plattegronden bevatte, zonder volledige technische specificaties. Ook was onduidelijk of de gemeente toestemming zou geven voor het plat dak. De aannemer kon dit niet overtuigend aantonen. Daarnaast bleek uit verklaringen van partijen en het door de aannemer verstrekte stappenplan dat pas na goedkeuring van het definitieve ontwerp een koop-aannemingsovereenkomst zou worden gesloten.
De rechtbank concludeerde dat geen overeenstemming over de essentialia van de aannemingsovereenkomst was bereikt en dat de ondertekening van de offerte niet tot een bindende overeenkomst leidde. De vorderingen van de aannemer jegens de eerste twee gedaagden werden afgewezen, terwijl de vorderingen jegens de andere twee gedaagden, die niet verschenen waren, werden toegewezen. De proceskosten werden verdeeld conform het oordeel.
Uitkomst: Geen aannemingsovereenkomst door ondertekening offerte met schetsontwerp plat dak, vorderingen deels toegewezen en deels afgewezen.