De zaak betreft een verzoek van de Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds juni 2024 in een jeugdhulpaccommodatie verblijft. De minderjarige heeft meerdere strafbare feiten gepleegd, waaronder straatroof en geweld, en vertoont problematisch gedrag zoals middelengebruik en schoolverzuim.
De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, stemt schriftelijk in met de verlenging omdat de minderjarige op de huidige behandelplek de nodige zorg en begeleiding ontvangt. De minderjarige zelf heeft aangegeven graag weer thuis te willen wonen, maar vindt dat hij zonder regels thuis kan functioneren. Hij heeft echter geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening mondeling te geven tijdens de zitting.
De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkelingsbedreigingen nog steeds aanwezig zijn en zelfs zijn verslechterd sinds de vorige beschikking. Gezien de strafrechtelijke maatregelen en de zorgbehoefte is terugplaatsing bij de moeder nog niet verantwoord. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd met zes maanden, tot 7 februari 2025, en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.