ECLI:NL:RBNHO:2024:7662
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand bedrijfsruimte
De verhuurder van een bedrijfsruimte vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens een aanzienlijke huurachterstand die door de huurder is erkend. De huurovereenkomst liep van 1 april 2017 tot 30 juni 2025, waarbij de huur maandelijks vooruitbetaald moest worden. De huurder betaalde niet tijdig, waardoor een huurachterstand van ruim €44.899,06 was ontstaan.
De huurder gaf aan dat de achterstand mede het gevolg was van coronamaatregelen en verminderde klandizie, maar dit verweer werd onvoldoende onderbouwd en verworpen. De rechter oordeelde dat de hoge huurachterstand ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de huur voor de periode na 1 maart 2024 tot ontruiming, de contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten werd afgewezen omdat de verhuurder al een nieuwe huurder had gevonden. De proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.