Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.De beoordeling
6.De beslissing
€ 2.385,50 vanaf 3 juli 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak staat een aanvaring tussen twee boten op een binnenwater centraal, waarbij de zoon van de gedaagden, minderjarig en zonder vaarbewijs, betrokken was. De eiser exploiteerde een rondvaartbedrijf en vordert schadevergoeding voor beschadigingen aan zijn boot.
De kantonrechter stelt vast dat de zoon schuld had aan de aanvaring omdat hij te dicht langs de boot van eiser voer, in strijd met het Binnenvaart Politiereglement. De ouders zijn aansprakelijk vanwege het ouderlijk gezag. Het verweer van gedaagden dat een gast van eiser de aanvaring zou hebben veroorzaakt wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De schade wordt vastgesteld op € 2.972,12 exclusief btw, met wettelijke rente vanaf verschillende momenten afhankelijk van de kostenpost. De gevorderde inflatiecorrectie en btw worden afgewezen. De proceskosten worden toegewezen aan eiser.
De tegenvordering van gedaagden wegens reputatieschade wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang hebben en de zoon niet als partij is toegelaten. Er is geen bewijs van onrechtmatige uitingen of reputatieschade.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en veroordeelt gedaagden tot betaling van schadevergoeding, rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van € 2.972,12 schadevergoeding en wettelijke rente wegens schuld van hun zoon bij aanvaring.