Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 341.416,50en dat aan [veroordeelde ] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
6.Vaststelling en betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 341.416,50.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 341.416,50(
driehonderdeenenveertigduizend vierhonderdzestien euro en vijftig eurocent)ter ontneming voor door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.