De rechtbank Noord-Holland heeft op 10 juli 2024 uitspraak gedaan in een zaak tussen de moeder en vader van twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk en een eerdere regeling waarbij het gezag gezamenlijk was en de kinderen om en om bij beide ouders verbleven, is het contact tussen de vader en de kinderen sinds 2020 sterk verminderd. De vader heeft de zorgregeling zelfs 'on hold' gezet vanwege spanningen.
De moeder verzocht om eenhoofdig gezag en aanpassing van de zorgregeling, waarbij het contact tussen de vader en de kinderen aanzienlijk wordt beperkt. De vader was niet aanwezig bij de zitting, maar had eerder aangegeven akkoord te zijn met eenhoofdig gezag en een aangepaste zorgregeling. De Raad voor de Kinderbescherming gaf aan dat het in het belang van de kinderen is het gezamenlijk gezag te beëindigen gezien de situatie.
De rechtbank oordeelde dat het voor de kinderen te belastend is om geconfronteerd te worden met de afwezigheid van de vader en kende het verzoek van de moeder toe. De zorgregeling wordt gewijzigd zodat de kinderen bij de vader verblijven op tijdstippen in onderling overleg, en de moeder informeert de vader maandelijks per e-mail over relevante zaken. De rechtbank benadrukte het belang van contact en samenwerking, en adviseerde professionele begeleiding om het contact te herstellen.