Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 49.352,40en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
€ 344.873,91. Op de zitting zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak vervolgens aangehouden voor onbepaalde tijd.
3.Het standpunt van de officier van justitie
€ 405.116,31. Hierbij heeft hij verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen ‘dubbeltelling en verklaring’ van 22 februari 2023.
4.Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
- het in de periode van 26 maart 2020 tot 29 mei 2020 medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de verkoop van grote hoeveelheden hennep;
- het in de periode van 29 maart 2020 tot 2 juni zonder erkenning onderhandelen over vuurwapens; en
- het in de periode van 1 januari 2015 tot 3 november 2021 medeplegen van gewoontewitwassen.
€ 200.000,-.
€ 3.176,-.
€ 405.116,31als uitgangspunt van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt.
- correctie (ver)bouwkosten (€ 82.803,-);
- betalingen Elton Herenmode (€ 3.176,-);
- schenkingen ouders en schoonouders (€ 35.000,-).
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 284.137,31.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 284.137,31(tweehonderdvierentachtigduizend honderdzevenendertig euro en eenendertig cent).
€ 284.137,31(tweehonderdvierentachtigduizend honderdzevenendertig euro en eenendertig cent) ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.
[verdachte]op de verplichting tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van op
€ 284.137,31(tweehonderdvierentachtigduizend honderdzevenendertig euro en eenendertig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.