Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
5.De standpunten ter zitting
6.De beoordeling in beide zaken
7.De beslissing
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , van 28 januari 2024 tot 28 januari 2025;
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 26 januari 2024 uitspraak gedaan in twee samenhangende zaken betreffende een minderjarige en haar ouders. De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader. Daarnaast verzocht de vader om eenhoofdig gezag en vaststelling van het hoofdverblijf bij hem, terwijl de moeder verzocht om afwijzing van deze wijziging en uitbreiding van de omgang.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2019 bij de vader woont vanwege een onveilige thuissituatie bij de moeder. De moeder heeft een detentieperiode doorlopen en maakt positieve stappen, maar de communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord en zorgt voor onrust bij het kind. De gezinsvoogd en Raad voor de Kinderbescherming adviseren voortzetting van de ondertoezichtstelling en betrokkenheid van hulpverlening.
De rechtbank oordeelt dat de ondertoezichtstelling verlengd wordt voor twaalf maanden en dat het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader wordt vastgesteld. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat deze maatregel niet langer noodzakelijk is. Het verzoek tot eenhoofdig gezag wordt aangehouden om de moeder de gelegenheid te geven haar positieve ontwikkelingen voort te zetten. De omgangsregeling wordt vastgesteld op minimaal één uur per maand begeleide omgang, met mogelijke uitbreiding onder regie van de gecertificeerde instelling.
De rechtbank benadrukt het belang van rust en stabiliteit voor de minderjarige en wijst op de noodzaak van een zorgvuldige opbouw van het contact tussen de ouders en het kind. De procedure wordt voortgezet met schriftelijke rapportages over de stand van zaken en voortgang.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd, het hoofdverblijf bij de vader vastgesteld, de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen en het verzoek tot gezagswijziging aangehouden.