Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- Op 20 januari 2021 het huis van de ouders van de getuige in Koog aan de Zaan te bezoeken, waarbij tegen familieleden van de getuige is gezegd dat de getuige eerlijk moet zijn bij de rechtbank en het zonde zou zijn als er iets met hun spullen of gezondheid zou gebeuren;
- Op 31 januari 2021 een envelop met daarin een telefoon te plaatsen bij het huis van de ouders van de getuige in Koog aan de Zaan, met daarin een instructie dat een telefoonnummer gebeld moest worden.
2.Voorvragen
3.Inleiding
- Op 9 januari 2021 hebben twee personen met een bos bloemen een bezoek gebracht aan de woning aan het [adres slachtoffers] . Uit de aangifte van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] volgt, zakelijk weergegeven, dat de man die aan de voordeur stond gezegd had dat er een rechtszaak aankwam, dat anders verklaard moest worden in de rechtbank, en dat ze ‘hem’ anders wel zouden weten te vinden. De andere man stond op een afstand van ongeveer drie meter.
- Op 20 januari 2021 is de woning aan het [adres slachtoffers] bezocht door een man die door getuige [slachtoffer 4] wordt beschreven als een donkergekleurde man met een fors postuur en rond gezicht, die, zakelijk weergegeven, dwingend sprak dat ‘hij’ eerlijk moest zijn bij de rechtbank, en dat het zonde zou zijn als er iets met hun gezondheid zou gebeuren. De man is vervolgens weggereden in een taxi met kenteken [kenteken] .
- Op 31 januari 2021 is voor de woning aan het [adres slachtoffers] een envelop aangetroffen, met daarin een telefoon en een lader. Op de envelop stond geschreven dat binnen 24 uur contact gemaakt moest worden met een telefoonnummer.
4.Beoordeling van het bewijs
dat ze voor hun zoon komen,
dat er een rechtszaak zit aan te komenen
dat hij anders moet gaan verklaren. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat [medeverdachte 1] op 13 januari 2021 via whatsapp aan [medeverdachte 2] vraagt of hij een contact kan regelen. Het gaat om hetzelfde bezoek als dat zij zaterdag hadden (de rechtbank begrijpt: zaterdag 9 januari 2021) en dat er een kleine onkostenvergoeding tegenover staat. [medeverdachte 1] vraagt vervolgens op 15 januari 2021 of
die vriend betrouwbaaris en zegt
benader hem en zet direct druk.Op 19 januari 2021 stuurt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] :
Broer morgen staat hè, en op 20 januari 2021, de dag van het tweede incident, stuurt [medeverdachte 1]
Succes zo met afspraak broer. Zorg voor foto, waarna [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] vraagt of het gelukt is. [medeverdachte 2] reageert hierop met
onderwegen
ontspan. Op 27 januari 2021, enkele dagen voordat de telefoon in de envelop bij het [adres slachtoffers] wordt gelegd, stuurt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1]
hij komt zo tels brengen. [medeverdachte 1] reageert met
gooit hij er daar meteen 1 afen
schrijf nummers goed op auben op 28 januari 2021:
gelukt met bezorgen? Vervolgens deelt [medeverdachte 1] op 6 februari 2021 een link met [medeverdachte 2] die verwijst naar een nieuwsbericht over het verdachte pakketje dat op 31 januari 2021 is neergelegd voor de woning aan het [adres slachtoffers] .
eerlijk moest zijn bij de rechtbank,gevolgd door het achterlaten van de telefoon met instructie op 31 januari 2021. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] zich op 20 januari 2021 en op 31 januari 2021 heeft geuit met het opzet om de vrijheid van [slachtoffer 1] om tegenover een rechter of ambtenaar te verklaren, te beïnvloeden.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
43 dagen.
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in de vordering.