Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
even wc en dan klaar, en dan 2 minuten later
klaar. Om 22:54 uur stuurt [verdachte]
Klaar bro?, waarop [medeverdachte] om 23.00 uur reageert met
jaa.
Bij de werking van een VBC is bekend dat door het ontploffen van het vuurwerk de inhoud van de fles wordt verspreid en ontstoken. Ontsteking van de brandbare inhoud door de hitte van de ontploffing leidt tot een vuurbal, waarbij een intense stralingshitte kan vrijkomen en brandbare materialen in de omgeving kunnen worden ontstoken. De verspreide brandbare vloeistof zal nog enige tijd doorbranden. Hierdoor kunnen ook in de omgeving aanwezige brandbare materialen ontstoken worden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
opzettelijk brand stichten en een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
10 maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op
twee jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 4.000,00, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening, aan
[slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 2]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00, bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagenen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 4.000,00, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening, aan
[slachtoffer 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00, bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 4.000,00, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening, aan
[slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 4]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 4.000,00, bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagengijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
2 augustus 2021tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.