ECLI:NL:RBNHO:2024:673
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Oneerlijkheid incassobeding en afwijzing vordering buitengerechtelijke incassokosten PWN
In deze civiele procedure vordert PWN betaling van buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde, vertegenwoordigd door een bewindvoerder. Bij tussenvonnis van 1 november 2023 werd de beslissing over de incassokosten aangehouden en werd het incassobeding in de algemene voorwaarden voorlopig als oneerlijk beoordeeld.
De kantonrechter handhaaft dit oordeel en wijst de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten af. Wel wordt geoordeeld dat het bedrag van €100,00 voor 'incasso aan de deur excl. afsluiten' in de tarievenregeling geen incassokosten zijn, maar voorrijkosten die PWN maakt om het water af te sluiten. Deze kosten worden niet als onredelijk bezwarend beschouwd.
Verder merkt de kantonrechter op dat de verwijzing door PWN naar de 'Wet Incasso Kosten' onduidelijk is en dat correcte en transparante verwijzingen naar de wettelijke bepalingen in artikel 6:96 BW Pro en het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten vereist zijn.
De uitspraak bevestigt dat PWN niet meer kan vorderen dan wettelijk is toegestaan en dat de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens en op 17 januari 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens oneerlijk incassobeding.