Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
3.2 Standpunt van de verdediging
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
nietterug heeft gekregen, blijft onduidelijk. De rechtbank zal daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en de te betalen schadevergoeding voor deze post bepalen op € 500,00. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het deel van de vordering dat ziet op deze schadepost.
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
2 jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 14 juni 2023 aan de verdachte toegezonden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
18 (achttien) maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 jaren.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.207,00 (twaalfhonderdzeven euro), bestaande uit € 707,00 als vergoeding voor de materiële schade en € 500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.