Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser 2] ,beiden wonende te [plaats 3] ,
1.Het procesverloop
[gedaagde 2] ingesteld. [gedaagde 2] heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.
[gedaagde 2] ingediende tegenvordering.
2.De feiten
“Goede middag [gedaagde 1]
a) Enkele bewegende delen sloten slecht en liepen aan.
3.De geschillen
€ 4.675,00 te vergoeden. Desondanks weigert [gedaagde 2] tot vergoeding van dit bedrag over te gaan. Dit allemaal aldus [eisers]
[gedaagde 2] .
4.De beoordeling
[gedaagde 2] geen schadevergoeding aan [eisers] hoeft te betalen. De kantonrechter zal hierna uiteenzetten waarop dit oordeel is gebaseerd.
Vast staat dat [betrokkene] dat niet heeft gedaan.
Hiervoor onder 4.4, is al overwogen dat dit aan [eisers] wordt toegerekend.
Het gevolg hiervan is dat [eisers] zich niet meer op een eventuele tekortkoming van [gedaagde 2] kunnen beroepen. De vordering van [eisers] ligt hiermee voor afwijzing gereed.
De vordering ligt voor afwijzing gereed.
5.De beslissing
[eisers] worden vastgesteld op nihil.