De rechtbank Noord-Holland behandelde op 20 maart 2024 de vordering tot machtiging gijzeling tegen de veroordeelde die een ontnemingsmaatregel van €354.934,00 niet heeft voldaan. De ontnemingsmaatregel was onherroepelijk geworden en het restant van de vordering bedroeg €345.382,75 na verrekening van de opbrengst van een geveilde auto.
De officier van justitie stelde dat sprake is van betalingsonwil en vroeg een gijzeling van 1080 dagen. De veroordeelde, vertegenwoordigd door mr. J.I. Vervest, voerde financiële onmacht aan vanwege detentie, leeftijd, lichamelijke beperkingen en beperkte afloscapaciteit. De veroordeelde heeft geen inkomsten en geen vermogen.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende bewijs leverde van betalingsonmacht, ondanks meerdere verzoeken om financiële informatie. Het CJIB had vergeefs geprobeerd een betalingsregeling te treffen. Gezien het doel van de gijzeling en persoonlijke omstandigheden werd de gijzeling slechts gedeeltelijk toegestaan voor 300 dagen. De overige 780 dagen werden afgewezen.