Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
alleende verdachte tijdens de ten laste gelegde periode de gebruiker was van het account Dubbelduck. De rechtbank verwerpt dit verweer. Er zijn in het dossier geen expliciete aanwijzingen aanwezig dat een ander dan de verdachte de voor de ten laste gelegde feiten belastende chatgesprekken heeft gevoerd. De omstandigheid dat de gebruiker Crispychicken gedurende enige tijd de naam “ [naam 4] ” niet heeft gekoppeld aan het account Dubbelduck, is onvoldoende om dit verweer te dragen. De doorlopende inhoud van de chatgesprekken van 27 maart 2020 tot en met 12 mei 2020, die Dubbelduck met verschillende EncroChat-gebruikers over de zending cocaïne heeft gevoerd, duidt volledig op één gebruiker. Uit niets blijkt dat een ander dan de verdachte ook gebruik zou hebben gemaakt van het account. In het dossier zijn aanwijzingen te vinden dat wanneer een ander gebruik maakt van een account, dit wordt gemeld in het chatgesprek, kennelijk om de gebruiker van het tegenaccount op de hoogte te brengen dat een ander het account (tijdelijk) gebruikt. In de chatgesprekken van en naar Dubbelduck is hiervan geen sprake, zodat de rechtbank geen onderbouwing ziet voor de subsidiaire stelling van de verdediging.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Strafmotivering
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.