ECLI:NL:RBNHO:2024:5895
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vonnis over vernietiging oneerlijk buitengerechtelijke incasso- en administratiekostenbeding in huurovereenkomst
In deze bodemzaak tussen Stichting Wooncompagnie en de gedaagde partij heeft de kantonrechter het tussenvonnis van 15 februari 2024 gevolgd waarin werd geoordeeld dat een beding in de huurovereenkomst over buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten oneerlijk is. De eisende partij had zich in een akte uitgelaten over dit oordeel, maar dit leidde niet tot een ander oordeel.
De kantonrechter bevestigt dat het beding in artikel 2.4 van de huurovereenkomst, gesloten op 5 november 2012, moet worden getoetst aan de wet- en regelgeving die toen gold, waaronder het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Dit beding wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten.
De gevorderde buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten worden afgewezen. De huurachterstand tot en met december 2023 van € 2.177,82 wordt toegewezen. De gevorderde vervallen rente wordt afgewezen vanwege onduidelijkheid over de berekening, maar de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het nemen van de akte die voor rekening van de eisende partij blijven.
Uitkomst: Het beding over buitengerechtelijke incasso- en administratiekosten wordt vernietigd en afgewezen, huurachterstand en wettelijke rente worden toegewezen.