Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
huurschuld
toekomstige huurpenningen
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een kort geding waarin eiser verhuurder vordert dat gedaagde huurder wordt veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van €12.264,71 en tot ontruiming van de gehuurde woonruimte. Gedaagde heeft sinds mei 2023 geen huur meer betaald ondanks meerdere sommaties en afspraken.
Gedaagde voert aan dat hij door een blokkade van zijn vermogensrekening en het ontbreken van een Verklaring Omtrent het Gedrag tijdelijk niet kon werken, waardoor hij niet in staat was te betalen. Hij stelt inmiddels weer over een VOG te beschikken en verwacht spoedig zijn rekening te kunnen gebruiken.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij toewijzing vanwege de oplopende huurschuld. De huurprijswijzigingsbedingen worden ambtshalve getoetst aan het consumentenrecht; enkele bedingen worden als oneerlijk vernietigd, maar dit staat de vordering niet in de weg. De huurachterstand wordt niet betwist en toewijzing daarvan volgt.
De ontruiming wordt toegewezen omdat gedaagde geen concrete stukken overlegt waaruit blijkt dat hij op korte termijn kan betalen, terwijl eerdere toezeggingen niet zijn nagekomen. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.