ECLI:NL:RBNHO:2024:5744
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens hennepplantage onvoldoende gemotiveerd
Verzoeker, erfpachter van een bedrijfspand waarin een hennepplantage met 1454 planten werd aangetroffen, verzocht om schorsing van het besluit van de burgemeester om het pand voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting vanwege de handelshoeveelheid softdrugs, maar dat de noodzaak tot sluiting onvoldoende was gemotiveerd. Er waren geen aanwijzingen dat vanuit het pand drugs werden verhandeld, noch was er sprake van overlast of recidive. Ook ontbrak een afweging van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat.
Gezien het spoedeisend belang van verzoeker om verdere schade en verval van het pand te voorkomen, en het ontbreken van een deugdelijke motivering door de burgemeester, werd de voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot een week na de beslissing op bezwaar. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het bedrijfspand wordt geschorst tot een week na de beslissing op bezwaar vanwege onvoldoende motivering van de noodzaak tot sluiting.