Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam],
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde. Dit verzoek werd eerst op 3 januari 2024 behandeld en ongegrond verklaard. Vervolgens dienden verzoekers op 15 januari 2024 een nieuw wrakingsverzoek in, nadat de kantonrechter op 10 januari 2024 al een einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 5 lid 2 onder Pro d van het Wrakingsprotocol een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend na het tijdstip van de einduitspraak. Omdat het verzoek pas na deze uitspraak werd ingediend, werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd op 18 januari 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het pas na de einduitspraak werd ingediend.