Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Beschikking van de kantonrechter
procedure
- het verzoek, ter griffie ingekomen op 7 maart 2024;
- de akkoordverklaring van de mede-bewindvoerder, [bewindvoerder 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
Rechtbank Noord-Holland
Bij beschikking van 31 juli 2023 werd een meerderjarigenbewind ingesteld over de goederen van betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand. Verzoekster, een van de bewindvoerders, verzocht op 7 maart 2024 om opheffing van het bewind, stellende dat betrokkene weinig bezittingen heeft en dat rekeningen automatisch worden voldaan.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 mei 2024 werd vastgesteld dat de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene ongewijzigd is en niet zal verbeteren. De kantonrechter oordeelde dat de oorspronkelijke grondslag voor het bewind nog steeds aanwezig is.
Daarom werd het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen. De beschikking werd op 31 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M.W. Koenis.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het meerderjarigenbewind wordt afgewezen omdat de grondslag nog onverminderd aanwezig is.