ECLI:NL:RBNHO:2024:5495
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering in verzet tegen verstekvonnis over overeenkomst van opdracht
In deze zaak staat centraal of een bedrag van €4.300 dat in 2013 door gedaagde aan eiser is betaald onverschuldigd is en terugbetaald moet worden. Eiser kwam tijdig in verzet tegen een verstekvonnis uit 2015 waarin hij veroordeeld werd tot betaling van dit bedrag aan gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat het verzet ontvankelijk is en dat de zaak opnieuw inhoudelijk beoordeeld moet worden.
Partijen sloten in 2013 een bemiddelingsovereenkomst, gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht, waarbij eiser zorg zou dragen voor het uitvoeren van twee operaties in Turkije. Deze overeenkomst werd voortijdig beëindigd omdat de operaties niet doorgingen. Er is geen sprake van tekortkoming door eiser, zodat ontbinding niet aan de orde is.
De kantonrechter past ambtshalve de juiste rechtsgrond toe en stelt vast dat bij voortijdige beëindiging van een overeenkomst van opdracht de opdrachtnemer recht heeft op vergoeding van redelijke kosten en redelijk loon. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij kosten heeft gemaakt voor het reserveren van operatiekamers en artsen (€2.688), vliegtickets (€185) en een botoxbehandeling (€590). Deze kosten zijn redelijk en komen voor rekening van gedaagde.
De kosten van een geboekt hotel worden niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook wordt geen redelijk loon toegekend omdat dit niet tijdig is gesteld. Het meerdere bedrag van €837 dat gedaagde betaalde is onverschuldigd en moet door eiser worden terugbetaald. Er wordt geen rente of buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld tot terugbetaling van €837 wegens onverschuldigde betaling; overige vorderingen worden afgewezen.