Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:5379

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
31 mei 2024
Zaaknummer
C/15/342237 / FA RK 23-3466
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap met opname ouderschapsplan en convenant

Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben een minderjarig kind. De vrouw heeft op 14 juli 2023 een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap ingediend, waarop de man een verweerschrift en zelfstandig verzoek heeft ingediend. Partijen stellen dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht, hetgeen door hen ook is erkend.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot ontbinding toewijsbaar is omdat het duurzame ontwrichtingsvereiste is voldaan. Partijen hebben een regeling getroffen die is vastgelegd in een convenant en een ouderschapsplan, welke door de rechtbank worden opgenomen in de beschikking. De overige verzoeken van partijen zijn ingetrokken en behoeven geen verdere beslissing.

De rechtbank spreekt de ontbinding van het geregistreerd partnerschap uit en bepaalt dat het convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking. De beschikking is uitgesproken door rechter J.C.M. Swinkels op 3 mei 2024. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam binnen de wettelijke termijn.

Uitkomst: Ontbinding van het geregistreerd partnerschap en opname van het convenant en ouderschapsplan in de beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
zaaknummer / rekestnummer: C/15/342237 / FA RK 23-3466 en C/15/348136 / FA RK 24-205
Beschikking van 3 mei 2024 betreffende de ontbinding van het geregistreerd partnerschap
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.J. Avis, gevestigd te Hoofddorp,
tegen
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.S. Bodha, gevestigd te Amsterdam.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 14 juli 2023;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de man, ingekomen op 4 oktober 2023;
- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 18 december 2023;
- het F-formulier, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 21 december 2023;
- het F-formulier van de advocaat van de man van 12 januari 2024.

2.De beoordeling

Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] te [plaats] .
Het minderjarige kind van partijen is [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
Partijen verzoeken ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Zij stellen dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.
Tussen partijen staat vast dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is dan ook toewijsbaar.
Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in het aan deze beschikking gehechte convenant en ouderschapsplan. De rechtbank zal, conform het verzoek, bepalen dat het convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.
De vrouw heeft haar overige verzoeken ingetrokken. De rechtbank beschouwt de overige verzoeken van de man ook als ingetrokken. Hierop behoeft daarom niet meer te worden beslist.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan te [plaats] op [datum] ;
3.2.
bepaalt dat het aangehechte en door partijen op [datum] ondertekende convenant en het aangehechte en door partijen op [datum] ondertekende ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Leertouwer op 3 mei 2024.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt.