ECLI:NL:RBNHO:2024:5290
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking na faillissement aannemer
In deze zaak heeft Meerwaarde Projecten B.V. een aannemer, BBG B.V., opdracht gegeven om acht woningen te bouwen. Tijdens de bouw ging BBG failliet. Betsema, als aandeelhouder en bestuurder van BBG, vordert betaling van een bedrag van ruim € 264.000 op grond van ongerechtvaardigde verrijking, stellende dat Meerwaarde meer bouwwerk heeft ontvangen dan betaald.
De rechtbank oordeelt dat de aannemingsovereenkomsten een duidelijke betalingsregeling bevatten waarbij termijnen pas opeisbaar zijn na voltooiing van de bouwfase. De curator heeft de aannemingsovereenkomsten niet voortgezet. Volgens de Hoge Raad is een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking uitgesloten indien de overeenkomst bepaalt dat bij niet-voltooiing van de prestatie geen vergoeding verschuldigd is.
De rechtbank concludeert dat Betsema geen aanspraak kan maken op betaling van gedeeltelijk uitgevoerde bouwfasen en wijst de vordering af. Betsema wordt veroordeeld in de proceskosten van Meerwaarde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Betsema af en veroordeelt haar in de proceskosten.